Rb. Den Haag 11 december 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:25576

Beroep tegen de intrekking van het Nederlanderschap en het uitgevaardigde terugkeerbesluit en inreisverbod met de duur van 20 jaar. Eiser heeft een dubbele nationaliteit en is veroordeeld voor deelneming aan een terroristische organisatie. De rechtbank oordeelt dat de intrekking van het Nederlanderschap niet in strijd is met discriminatieverboden of het verbod op dubbele bestraffing. Intrekking van het Nederlanderschap is in dit geval niet in strijd met het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel of artikel 68a van het BvvN. Ook artikel 8 van het EVRM staat niet in de weg aan de intrekking van het Nederlanderschap van eiser. Het beroep is ongegrond, voor zover gericht tegen de intrekking van het Nederlanderschap. Het beroep is gegrond, voor zover gericht tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod. Er is genoegzaam gebleken dat eiser het grondgebied van Nederland en de EU had verlaten voordat verweerder het terugkeerbesluit had opgelegd en dat hij zich ten tijde van het opleggen van het terugkeerbesluit nog steeds in Marokko bevond. Op dat moment verbleef eiser dus niet illegaal op het grondgebied van Nederland, zodat verweerder naar het oordeel van de rechtbank – gelet op artikel 6, eerste lid, van de Terugkeerrichtlijn – ten onrechte een terugkeerbesluit aan eiser heeft opgelegd. Daarom kon verweerder ook geen inreisverbod aan eiser opleggen op grond van artikel 66a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken