Rb. Amsterdam 24 maart 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:1849
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid mag niet het Nederlanderschap intrekken van een in Nederland geboren man met zowel de Nederlandse als de Marokkaanse nationaliteit die in het verleden veroordeeld is voor terroristische misdrijven. De rechtbank oordeelt dat intrekking van zijn Nederlanderschap in strijd is met het VN-Verdrag tegen rassendiscriminatie. Er wordt door de staatssecretaris een onderscheid gemaakt op basis van afkomst bij de behandeling van Nederlanders met alleen de Nederlandse nationaliteit en Nederlanders met ook nog een andere nationaliteit.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 11 september 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3604
- ABRvS 17 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1938
- ABRvS 13 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1074
- ABRvS 30 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:926
- ABRvS 30 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:929
- Hof Den Haag 26 februari 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:298
- ABRvS 30 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3045
- Rb. Rotterdam 29 maart 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:2420
- HR 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2015:480