HR 30 mei 2023, ECLI:NL:HR:2023:771

Deelneming aan terroristische organisatie, meermalen gepleegd (art. 140a (oud) Sr). Vrijspraak in eerste aanleg. Heeft verdachte deelgenomen aan terroristische organisatie Al Qaida op het Arabisch Schiereiland? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2012:BW5161 en HR:2022:969 m.b.t. ‘deelneming’ aan organisatie a.b.i. art. 140 en 140a Sr. Hof heeft vastgesteld dat verdachte van Al Qaida op het Arabisch Schiereiland identiteitskaart en bedrag van $ 2.500, dat voor straatarm land als Jemen enorm geldbedrag is, heeft ontvangen. Ook in samenhang met oordeel van hof dat verklaring van verdachte dat hij identiteitskaart en geld uit liefdadigheid heeft ontvangen, niet geloofwaardig is, is die vaststelling echter niet toereikend voor oordeel dat verdachte daadwerkelijk aandeel heeft gehad in gedragingen dan wel gedragingen heeft ondersteund die strekken tot of rechtstreeks verband houden met verwezenlijking van binnen Al Qaida op het Arabisch Schiereiland bestaande oogmerk en dus aan die organisatie heeft ‘deelgenomen’ in de hiervoor bedoelde betekenis (vgl. over (beperkte) betekenis die in bewijsredenering kan toekomen aan uitblijven van aannemelijke verklaring van verdachte voor - in het licht van tlgd. - relevante omstandigheid HR:2022:1864). Bewezenverklaring is daarom op dat punt ontoereikend gemotiveerd. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing. CAG: anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken