Rb. Den Haag 15 juli 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:6543

Verplichting voor verweerder om een FMO te starten gelet op artikel 18 Procedurerichtlijn – waardering onderzoeksbevindingen iMMO – anders dan de Afdeling eist de rechtbank niet van het iMMO dat wordt aangegeven op welk deel van het relaas de conclusies ten aanzien van het vermogen om compleet, coherent en consistent te verklaren betrekking hebben – medisch steunbewijs moet samen met de verklaringen van eiser worden bezien en niet nadat op basis van enkel de verklaringen het relaas niet aannemelijk is geacht – beroep gegrond. De rechtbank heeft uiteengezet waarom wordt geconcludeerd dat het besluit onzorgvuldig is voorbereid en onvoldoende is gemotiveerd en zal worden vernietigd en er geen aanleiding is om de rechtsgevolgen in stand te laten. Samenvattend heeft de rechtbank overwogen dat: Artikel 18 Pri - de verplichting om op grond van artikel 18 Procedurerichtlijn forensisch medisch onderzoek te doen verrichten moet worden gelezen in samenhang met de samenwerkingsplicht zoals die is opgenomen in artikel 4 van de Kwalificatierichtlijn; - verweerder had op grond van de twee adviezen van het FMMU, de informatie van de gemachtigde en het verzoek van eiser actief moeten onderzoeken of medisch onderzoek relevant was; - verweerder had forensisch medisch onderzoek vòòr het uitbrengen van het voornemen relevant moeten achten en moeten opstarten gelet op het bepaalde in artikel 18, derde lid, Pri gelezen in samenhang met artikel 4 Kri; Onderzoek door het iMMO - verweerder had het voor het nader gehoor (reeds) aangevraagde iMMO-rapport moeten betrekken bij de geloofwaardigheidsbeoordeling en daarom het verzoek van eiser om de besluitvorming aan te houden totdat het iMMO-rapport beschikbaar zou zijn moeten inwilligen; - verweerder heeft eiser niet in staat gesteld om medische bevindingen in te brengen om tegenwerpingen dat hij ongerijmd en summier heeft verklaard te voorkomen of te verklaren, terwijl er vòòr het uitbrengen van het voornemen aanwijzingen waren voor het bestaan van medische problemen; - verweerder heeft eiser niet in staat gesteld om zijn asielrelaas met medische bevindingen te staven terwijl er vòòr het uitbrengen van het voornemen aanwijzingen waren voor het bestaan van medische problemen, littekens en een door eiser gesteld causaal verband; - de eis die verweerder stelt aan de rapporteurs van het iMMO om aan te geven op welke onderdelen van het relaas de conclusies ten aanzien van het vermogen om compleet, coherent en consistent te kunnen verklaren betrekking hebben, is wetenschappelijk niet aanvaardbaar en zal om die reden buiten beschouwing worden gelaten; - door niet elke gradatie van het door medisch deskundigen vastgestelde causale verband te kwalificeren als medisch steunbewijs handelt verweerder in strijd met de jurisprudentie van het EHRM; - het iMMO-rapport is een deskundigenbericht en kan als het zorgvuldig tot stand is gekomen en naar inhoud inzichtelijk en concludent is alleen worden weerlegd met een contra-expertise en niet door verweerder.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken