Rb. Den Haag 9 december 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:15271
asiel, Bangladesh, FMO, iMMO, documenten. Samenvatting: Volgens verweerder heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij lid is van de politieke partij BNP en problemen heeft ondervonden met de Amawi League. Eiser heeft in beroep ter onderbouwing van zijn medische en psychische problemen een iMMO-rapport overgelegd. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom er geen FMO is gestart, nu er voldoende indicaties van littekens, fysieke en psychische klachten aanwezig waren waardoor hij mogelijk niet compleet, coherent en consistent kon verklaren. Ook heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd het iMMO-rapport terzijde geschoven, terwijl uit het iMMO-rapport volgt dat de geconstateerde psychische gezondheidstoestand van eiser tijdens de gehoren beperkingen zal hebben gegeven die zeker hebben geïnterfereerd met het compleet, consistent en coherent kunnen verklaren. De rechtbank ziet daarbij geen reden om te twijfelen aan de stelling van het iMMO dat het wetenschappelijk niet mogelijk is om aan te wijzen op welke onderdelen iemand wel of niet kan verklaren. Ook acht de rechtbank onvoldoende gemotiveerd dat het iMMO-rapport niet als medisch steunbewijs kan worden aangemerkt. Verder is de rechtbank van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom, ondanks dat de documenten niet op authenticiteit konden worden beoordeeld, geen waarde wordt gehecht aan de overgelegde originele documenten, waaronder een lidmaatschapspasje van de BNP, een arrestatiebevel, processen-verbaal en een rechtbankvonnis. Verweerder handelt hiermee in strijd met Werkinstructie 2014/10. Gelet op de psychische beperkingen van eiser, de hoeveelheid overgelegde originele documenten en de aard van deze documenten ligt het op de weg van verweerder om meer inspanning te leveren. Nu verweerder de geloofwaardigheidsbeoordeling uitsluitend heeft gebaseerd op de verklaringen van eiser en er daarbij vanuit is gegaan dat hij compleet, coherent en consistent kon verklaren, kan ook dat deel van het bestreden besluit geen stand houden. Het beroep is gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl