Hof Arnhem-Leeuwarden 8 september 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:7811
De rechtbank heeft de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden opgelegd en de dadelijke uitvoerbaarheid van die maatregel bevolen. Hiertegen is hoger beroep ingesteld door de terbeschikkinggestelde. Vervolgens heeft de rechtbank bevolen dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd. Daarna heeft de rechtbank de terbeschikkingstelling verlengd met een termijn van twee jaren. Tegens beide beslissingen is hoger beroep ingesteld door de terbeschikkinggestelde. Bij een recent arrest heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank in de onderliggende strafzaak vernietigd, de maatregel van terbeschikkingstelling opgelegd en bevolen dat de terbeschikkinggestelde van overheidswege zal worden verpleegd. Tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam is cassatieberoep ingesteld door de terbeschikkinggestelde. Hierdoor is dit arrest nog niet-onherroepelijk geworden. Het gerechtshof Amsterdam heeft de dadelijke uitvoerbaarheid van terbeschikkingstelling met voorwaarden niet bij afzonderlijke beslissing opgeheven of geschorst. De penitentiaire kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft tegelijk met de onderhavige beslissing geoordeeld dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd en dat dus voortaan sprake is van vrijheidsbeneming. De uitkomst van de lopende cassatieprocedure in de onderliggende strafzaak kan zijn dat het arrest van het gerechtshof Amsterdam wordt bevestigd of dat een gerechtshof de zaak opnieuw dient te beoordelen. In het eerste geval zal pas een reguliere toets door de verlengingsrechter plaatsvinden twee jaar na het arrest van de Hoge Raad. In het tweede geval kan het nog geruime tijd duren voordat definitief vaststaat of de terbeschikkinggestelde een terbeschikkingstelling moet ondergaan én totdat deze eventuele onherroepelijk geworden terbeschikkingstelling ter toetsing moet worden voorgelegd aan de verlengingsrechter. Het hof acht het daarom aangewezen dat ook in de periode totdat de beslissing in de strafzaak onherroepelijk is geworden, een toetsing plaatsvindt van de noodzaak van het voortduren van de vrijheidsbeneming. Het hof acht in deze omstandigheden toetsing na één jaar passend. Het hof vernietigt de verlengingsbeslissing van de rechtbank en verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar.
De uitspraak op rechtspraak.nl