Hof Arnhem-Leeuwarden 21 oktober 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:9948
Het hof bevestigt (met aanvulling van gronden) de beslissing van de rechtbank tot verlenging van de terbeschikkingstelling met voorwaarden met twee jaar. Het hof gaat in op de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling. Deze overwegingen zijn ingegeven doordat aanvankelijk de verlenging is gevorderd van een (niet-onherroepelijke) terbeschikkingstelling met voorwaarden waarvan de tenuitvoerlegging is aangevangen op grond van een bevel dat die maatregel dadelijk uitvoerbaar is, terwijl gedurende de verlengingsprocedure in de aanverwante strafzaak onherroepelijk is beslist tot het opleggen van een terbeschikkingstelling met voorwaarden. Het hof concludeert dat de onduidelijke wettelijke regeling in dit geval niet het gevolg moet hebben van niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling
De uitspraak op rechtspraak.nl