Conclusie A-G Keulen 19 maart 2024, ECLI:NL:PHR:2024:308
Conclusie AG. (Eendaadse samenloop) medeplegen voorbereiding moord (art. 289 Sr) en opzettelijk brand stichten en/of ontploffing teweegbrengen met terroristisch oogmerk (art. 157 Sr jo art. 176a Sr); deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven (art. 140a); medeplegen van zich opzettelijk middelen of inlichtingen verschaffen en kennis en vaardigheden verwerven tot het plegen van een terroristisch misdrijf dan wel een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf (art. 134a Sr); poging doodslag (art. 287 Sr). 1. Klacht dat verdachte via medeverdachte door AIVD-infiltranten is gebracht tot het begaan van strafbare feiten die verdachte zonder dat optreden niet zou hebben begaan. 2. Klacht dat hof tot bewezenverklaring is gekomen terwijl OM er niet in is geslaagd te bewijzen dat van uitlokking geen sprake was en het hof niet de noodzakelijke stappen heeft genomen om de omstandigheden van het uitlokkingsverweer bloot te leggen. 3. Klacht dat hof onvoldoende gemotiveerd is afgeweken van uos dat AIVD zijn bevoegdheden in strijd met de wet voor strafvorderlijke doeleinden heeft ingezet. 4. Klacht dat hof onvoldoende gemotiveerd is afgeweken van uos dat verdachte door politie-infiltrant (via medeverdachte) is gebracht tot het begaan van tenlastegelegde feiten. 5. Klacht m.b.t. onder 1 bewezenverklaarde dat verdachte geen wetenschap had van feit dat medeverdachte over kunstmest beschikte en dat Kalasjnikovs bestemd waren tot het begaan van moord met een terroristisch oogmerk. 6. Klacht m.b.t. onder 2 bewezenverklaarde inhoudend dat het oogmerk van de organisatie slechts gericht was op één feitelijk gebeuren. 7. Klacht m.b.t. bewijsvoering poging doodslag. 8. Klacht dat trachten te schieten met onklaar gemaakt wapen naar uiterlijke verschijningsvorm niet kan worden beschouwd als gericht op voltooiing doodslag. 9. Klacht m.b.t. overschrijding redelijke termijn in cassatiefase. Conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige. Samenhang met 22/02193 en 22/02266.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 81 RO
- Artikel 27 Sr
- Artikel 46 Sr
- Artikel 134a Sr
- Artikel 140 Sr
- Artikel 140a Sr
- Artikel 157 Sr
- Artikel 176a Sr
- Artikel 288a Sr
- Artikel 67 Sv
- Artikel 126h Sv
- Artikel 132 Sv
- Artikel 190 Sv
- Artikel 359a Sv
- Artikel 435 Sv
- Artikel 26 WWM
- Artikel 38 Wiv 2002
- Artikel 8 Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017
- Artikel 41 Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017
Aangehaalde uitspraken
- HR 13 februari 2024, ECLI:NL:HR:2024:190
- Conclusie A-G Spronken 6 februari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:122
- HR 19 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1769
- HR 5 juli 2022, ECLI:NL:HR:2022:969
- HR 8 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1964
- HR 8 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1965
- HR 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1889
- HR 8 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1380
- HR 11 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:906
- HR 8 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:12
- HR 6 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:155
- HR 4 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:579
- HR 6 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2761
- HR 6 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2763
- HR 9 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1503
- HR 27 mei 2014, ECLI:NL:HR:2014:1233
- HR 12 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ1956
- HR 3 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW5178
- HR 17 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT2052
- HR 6 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR1144