HR 8 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1965

Medeplegen van het zich verschaffen en in voorraad hebben van valse bankbiljetten, art. 209 Sr. Vormverzuim, art. 359a Sv. Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring OM in vervolging wegens schending Tallon-criterium. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2020:1889 m.b.t. niet-ontvankelijkverklaring van OM in het geval dat verdachte door opsporingsambtenaar dan wel door persoon voor wiens handelen politie of OM verantwoordelijk is, is gebracht tot begaan van strafbaar feit waarvoor hij wordt vervolgd, terwijl zijn opzet tevoren niet al daarop was gericht. Omstandigheid dat niet verdachte maar medeverdachte contact had met opsporingsambtenaar of persoon voor wiens handelen politie of OM verantwoordelijk is, sluit niet uit de mogelijkheid dat (ook) verdachte door die opsporingsambtenaar of andere persoon is gebracht tot begaan van strafbaar feit waarvoor hij wordt vervolgd. Hof heeft dat niet miskend, maar heeft kennelijk omstandigheid dat geen sprake was van direct contact tussen verdachte en burgerinformant betrokken bij oordeel dat verdachte niet door opsporingsambtenaar of persoon voor wiens handelen politie of OM verantwoordelijk is, is gebracht tot begaan van tlgd. en bewezenverklaard strafbaar feit. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting. In aanmerking genomen hetgeen hof ook overigens heeft vastgesteld over wijze waarop verdachte bij dat feit betrokken is geraakt, is oordeel ook niet onbegrijpelijk. In dat verband heeft hof o.m. vastgesteld dat tweede medeverdachte aan eerste medeverdachte heeft gevraagd waarom burgerinformant continu met die eerste medeverdachte belde, waarna tweede medeverdachte, toen die eerste medeverdachte hem dit had uitgelegd, niet op vraag van eerste medeverdachte maar geheel uit zichzelf, toezegde te informeren en na een of anderhalve week aan eerste medeverdachte duidelijk maakte dat verdachte in ‘die business’ zat. Volgt verwerping. Samenhang met 19/04881 en 19/04974 . Vervolg op ECLI:NL:HR:2014:637 en ECLI:NL:HR:2016:2777.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken