Conclusie A-G Hofstee 18 april 2023, ECLI:NL:PHR:2023:437
Conclusie AG. Vergismoord in een ondergrondse parkeergarage in Amsterdam door secondenlang met twee semi automatische vuurwapens op de auto van slachtoffer(s) te schieten. Veroordeling wegens medeplegen van moord en poging tot moord, meermalen gepleegd, en medeplegen van opzetheling van twee vluchtauto’s. Vijf middelen namens verdachte, en wel over: 1. bewezenverklaring opzetheling; 2. medeplegen van moord en de pogingen tot moord; 3.voorwaardelijk opzet op de dood van de overige inzittenden van het onder vuur genomen voertuig; 4 de redelijke termijn in hoger beroep; en 5. de verwerping van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over de gewijzigde v.i.-regeling. Het vierde middel slaagt volgens de AG. Daarnaast zijn er twee middelen namens de benadeelde partijen (de ouders van het dodelijk getroffen slachtoffer) voorgesteld. Het eerste middel richt zich tegen ’s hofs oordeel over de gestelde shockschade. Het tweede middel klaagt dat het hof ten onrechte de vorderingen van de benadeelde partijen tot vergoeding van de immateriële schade o.g.v. art. 6:106 onderdeel b BW heeft afgewezen. Deze beide middelen slagen naar het oordeel van de AG. De AG merkt ambtshalve op dat het hof de duur van de gijzelingen heeft bepaald op in totaal 365 dagen i.p.v. 360 dagen. De AG adviseert de Hoge Raad de bestreden uitspraak te vernietigen, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, de gijzelingen die zijn verbonden aan de opgelegde schadevergoedingsmaatregelen en de beslissingen m.b.t. de vorderingen van immateriële schade, en het cassatieberoep verder te verwerpen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 22/00386
Zitting 18 april 2023
CONCLUSIE
E.J. Hofstee
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
hierna: de verdachte
I. Inleiding
1 De verdachte is bij arrest van 4 februari 2022 door het gerechtshof Amsterdam wegens 1. en 2. “de eendaadse samenloop van medeplegen van moord en medeplegen van poging tot moord, meermalen gepleegd” en onder 3. “medeplegen van opzetheling, meermalen gepleegd” en onder 4. “handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twintig jaren, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft het hof (i) de teruggave aan de verdachte van een inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven gelbedrag gelast, (ii) de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding, (iii) de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen [benadeelde 2] , [benadeelde 3] en [benadeelde 4] gedeeltelijk toegewezen en (iv) in dat verband schadevergoedingsmaatregelen als bedoeld in art. 36f Sr aan de verdachte opgelegd, een en ander zoals nader in het bestreden arrest aangegeven, en daarbij de duur van de gijzelingen op ten hoogste 8, 34 en 323 dagen bepaald.
2 Er bestaat samenhang met de zaken 22/00369 en 22/00387. Ook in die zaken zal ik vandaag concluderen.
3 Namens de verdachte heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur vijf middelen van cassatie voorgesteld.
4 Namens de benadeelde partijen [benadeelde 2] en [benadeelde 1] heeft R. Korver, advocaat te Amsterdam, twee middelen van cassatie voorgesteld. Hiertegen is namens de verdachte door N. van Schaik voornoemd een verweerschrift ingediend.
Achtergrond en korte samenvatting van de zaak volgens de vaststellingen van het hof
5 Op 8 oktober 2016 is de zwarte Mini Cooper van [slachtoffer] en zijn gezin in een ondergrondse parkeergarage in Amsterdam door twee schutters onder vuur genomen. [slachtoffer] is daarbij overleden en zijn partner [benadeelde 4] zwaar gewond geraakt. Hun dochter [benadeelde 3] , die zich ook in de auto bevond, is ongedeerd gebleven. Duidelijk is geworden dat sprake was van een persoonsverwisseling; het beoogde doelwit reed in eenzelfde zwarte Mini Cooper en parkeerde zijn auto regelmatig in dezelfde parkeergarage. Een viertal medeverdachten is reeds onherroepelijk veroordeeld voor het medeplegen van de moord en de pogingen tot moord, dan wel voor het medeplegen van schuldheling van de bij de moordaanslag gebruikte voertuigen, te weten [betrokkene 1] , [betrokkene 2] , [betrokkene 3] en [betrokkene 4] . Naar het op bewijsvaststellingen gebaseerde oordeel van de rechtbank is [betrokkene 2] één van de twee schutters, heeft [betrokkene 1] gehandeld volgens een gedurende langere tijd beraamd en in stappen uitgevoerd plan en is hij tijdens de voorbereiding en de uitvoering van de moordaanslag alsmede de hierop gevolgde vlucht zeer actief betrokken geweest, en zijn [betrokkene 3] en [betrokkene 4] uitsluitend gekoppeld aan de schuldheling van de bij de moordaanslag gebruikte vluchtauto’s. Volgens het hof is medeverdachte [medeverdachte 1] de andere schutter geweest.
II. Bewezenverklaringen en bewijsvoering
6 De verdachte is veroordeeld voor – kort gezegd – het medeplegen van moord en medeplegen van poging tot moord, meermalen gepleegd (feiten 1 primair en 2 primair), het medeplegen van opzetheling, meermalen gepleegd (feit 3) en het voorhanden hebben van een vuurwapen van categorie III (feit 4). De tenlastegelegde feiten 1, 2 en 3 zijn door het hof in onderlinge samenhang besproken en ook de voor het bewijs van deze tenlastegelegde feiten gebruikte bewijsmiddelen zijn in de aanvulling op het arrest tezamen genomen. De bewezenverklaringen en bewijsvoering geef ik hieronder weer en gaan vooraf aan de bespreking van de namens de verdachte voorgestelde middelen. Feit 4 wordt in deze conclusie buiten beschouwing gelaten, nu geen van de klachten zich tegen ’s hofs oordeel daarover keert.
7 Ten laste van de verdachte is onder de feiten 1, 2 en 3 bewezenverklaard dat:
“1. primair
hij op 8 oktober 2016 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk en met voorbedachten rade H. [benadeelde 3] van het leven heeft beroofd, immers hebben verdachte en zijn mededaders met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg met vuurwapens schoten afgevuurd op [slachtoffer] , ten gevolge waarvan [slachtoffer] is overleden;
2 primair
hij op 8 oktober 2016 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [benadeelde 4] en [benadeelde 3] , geboren op [geboortedatum] -2014, van het leven te beroven, met zijn mededaders met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg met vuurwapens schoten heeft afgevuurd op [benadeelde 4] en [slachtoffer] ;
3.
hij op tijdstippen gelegen in de periode van 15 juni 2016 tot en met 8 oktober 2016 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, voertuigen en kentekenplaten, te weten een Volkswagen Caddy voorzien van gestolen kentekenplaten [kenteken 1] en een Seat Leon voorzien van gedupliceerde kentekenplaten [kenteken 2] voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededaders ten tijde van het voorhanden krijgen wisten dat het door diefstal verkregen goederen betrof”
8 Ik acht het omwille van de leesbaarheid van deze conclusie niet zinvol, en ook niet nodig, alle 80 (deels omvangrijke) bewijsmiddelen (met bijlagen) die het hof tot het bewijs heeft gebezigd hier weer te geven. Ik kom er bij de bespreking van de middelen op terug en meen daar met aanhaling van een beperkt aantal bewijsmiddelen (c.q. gedeelten daaruit) te kunnen volstaan.
9 Ten aanzien van het bewijs heeft het hof het volgende overwogen:
“1. Inleiding
Op 8 oktober 2016 is de auto van [slachtoffer] en zijn gezin in parkeergarage het [pand] in Amsterdam door twee schutters onder vuur genomen. [slachtoffer] is hierbij overleden en zijn partner [benadeelde 4] is zwaargewond geraakt. Hun dochter [benadeelde 3] is ongedeerd gebleven.
Volgens TCl-informatie uit oktober 2016 was sprake van een persoonsverwisseling: ene ‘ [betrokkene 5] ’ zou het beoogde doelwit zijn geweest en niet de Molukse DJ [slachtoffer] .
Het onderzoek Mortel richt zich op de betrokkenheid van een aantal verdachten bij deze en enkele andere al dan niet aan de vergismoord gelieerde feiten. Deze feiten liggen thans ter beoordeling aan het hof voor.
In hoger beroep zijn stukken gevoegd uit onderzoek Zwaluw. Dit onderzoek ziet op de betrokkenheid van enkele verdachten uit onderzoek Mortel bij onder meer de liquidatiepoging op [betrokkene 6] in Berlijn. De rechtbank achtte bij vonnis van 13 september 2021 bij de verdachten [medeverdachte 1] , [betrokkene 1] en [betrokkene 2] het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor moord op [betrokkene 6] in Berlijn bewezen. [medeverdachte 1] heeft hoger beroep ingesteld tegen dat vonnis.
In de strafzaak betreffende het onderzoek Zwaluw zal een andere kamer van het hof te zijner tijd ten aanzien van [medeverdachte 1] beoordelen of de in die zaak ten laste gelegde feiten kunnen worden bewezen.
[…]
3 Het oordeel van het hof
3.1 Relevante feiten en omstandigheden feit 1 tot en met 3
Op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting, in onderling verband en samenhang bezien, gaat het hof uit van de volgende feiten en omstandigheden.
3.1.1 Gegevens van de verdachten in onderzoek Mortel
De verdachten in hoger beroep:
De medeverdachte [medeverdachte 2] woonde aan de [a-straat 1] in [plaats] , zijn vriendin [betrokkene 7] woonde in [plaats] aan de [b-straat 1] . Hij gebruikte telefoonnummer [telefoonnummer 1] . [medeverdachte 2] had geen eigen auto tot zijn beschikking, maar reed in auto’s van anderen.
De verdachte [verdachte] woonde aan de [c-straat 1] in [plaats] met [betrokkene 8] en had als postadres [d-straat 1] in [plaats] , het adres van zijn zus [betrokkene 9] en zijn moeder. De verdachte is een oudere broer van [betrokkene 1] . Hij had telefoonnummer [telefoonnummer 2] en reed in een Volkswagen Bora met kenteken [kenteken 3] , die op naam stond van na te noemen [betrokkene 3] (hierna: de Bora).
De medeverdachte [medeverdachte 1] woonde tot 6 december 2016 aan de [e-straat 1] in [plaats] met [betrokkene 10] en hun op [geboortedatum] 2016 geboren tweeling. Hij had de beschikking over een recreatiewoning op Camping [A] aan de [f-straat 1] in Amsterdam, plek 10. [medeverdachte 1] gebruikte de telefoonnummers [telefoonnummer 3] en [telefoonnummer 4] . [medeverdachte 1] had geen rijbewijs maar reed in de auto van zijn vrouw, een Volkswagen Jetta met kenteken [kenteken 4] , die op naam stond van zijn schoonvader [betrokkene 11] , hierna aan de duiden als de Jetta. [medeverdachte 1] reed ook in de auto die op naam stond van zijn moeder, een Suzuki Alto met kenteken [kenteken 5] , hierna te noemen de Suzuki. [medeverdachte 1] had onder meer als bijnamen [bijnaam 1] en [bijnaam 2] . [medeverdachte 1] moeder woonde aan de [g-straat 1] in [plaats] .
De medeverdachten die onherroepelijk zijn veroordeeld:
[betrokkene 1] woonde aan de [h-straat 1] in [plaats] met [betrokkene 12] , gebruikte telefoonnummer [telefoonnummer 5] en reed in de volgende huurauto’s: een Mercedes V-klasse met kenteken [kenteken 6] , gehuurd van 30 september 2016 tot 6 oktober 2016; een Mercedes Vito met kenteken [kenteken 7] , gehuurd van 6 oktober 2016 tot 18 oktober 2016 en een Volkswagen Passat met kenteken [kenteken 8] op naam van zijn zus [betrokkene 9] , woonachtig aan de [d-straat 1] in [plaats] . Deze auto’s worden hierna aangeduid als de V-klasse, de Vito en de Passat. Eén van de bijnamen van [betrokkene 1] is [bijnaam 3] . De rechtbank Amsterdam heeft bij vonnis van 9 mei 2018 [betrokkene 1] onder meer voor het medeplegen van de moord op [slachtoffer] en de pogingen tot moord op [benadeelde 4] en [benadeelde 3] onherroepelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 26 jaar. De rechtbank was van oordeel dat [betrokkene 1] heeft gehandeld volgens een gedurende langere tijd beraamd en in stappen uitgevoerd plan. Hij is tijdens de voorbereiding en de uitvoering van de moordaanslag alsmede de hierop gevolgde vlucht zeer actief betrokken geweest bij de uitvoering van het plan. [betrokkene 1] had aanvankelijk hoger beroep ingesteld maar is hierin (op eigen verzoek) niet-ontvankelijk verklaard. Dit vonnis is dus onherroepelijk.
[betrokkene 2] woonde aan de [i-straat 1] in [plaats] en gebruikte telefoonnummer [telefoonnummer 6] . [betrokkene 2] reed in de door [betrokkene 1] gehuurde Vito en V-Klasse.
Eén van de bijnamen van [betrokkene 2] is [bijnaam 4] .
De rechtbank Amsterdam heeft bij vonnis van 9 mei 2018 [betrokkene 2] onder meer voor het medeplegen van de moord op [slachtoffer] en de pogingen tot moord op [benadeelde 4] en [benadeelde 3] onherroepelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 jaar. De rechtbank heeft bewezen verklaard dat [betrokkene 2] één van de twee schutters is geweest en wel de donkere schutter. [betrokkene 2] had aanvankelijk hoger beroep ingesteld maar is hierin (op eigen verzoek) niet-ontvankelijk verklaard. Dit vonnis is dus onherroepelijk.
[betrokkene 3] woonde aan de [j-straat 1] in [plaats] en reed in de Bora, die op zijn naam stond. [betrokkene 3] gebruikte telefoonnummer [telefoonnummer 7] . Zijn dochter [betrokkene 13] vierde op [geboortedatum] 2016 haar verjaardag op het adres [k-straat 1] in [plaats] .
De rechtbank Amsterdam heeft bij vonnis van 9 mei 2018 [betrokkene 3] voor het medeplegen van schuldheling van de Seat Leon, die is gebruikt bij de moord op [slachtoffer] onherroepelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 80 dagen, waarvan 40 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
[betrokkene 4] woonde aan de [l-straat 1] in [plaats] en gebruikte telefoonnummer [telefoonnummer 8] . Hij had de beschikking over vier garageboxen in Alkmaar. De rechtbank Amsterdam heeft bij vonnis van 9 mei 2018 [betrokkene 4] voor onder meer het medeplegen van schuldheling van de Volkswagen Caddy met valse kentekenplaten, die is gebruikt bij de moordaanslag op [slachtoffer] , onherroepelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 weken waarvan 24 weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
3.1.2 De moordopdracht op [betrokkene 5] ; tijdvak april en mei 2016
Uit onderzoek Zwaluw is voor zover hier relevant naar voren gekomen dat vanaf 18 april 2016 met PGP-toestellen (Pretty Good Privacy) berichten zijn gestuurd over ‘het pakken van [betrokkene 5] , een jonge gast met blauwe ogen’.
In mei 2016 heeft [betrokkene 14] (die voorkwam in onderzoek Zwaluw) in zijn PGP-toestel 12 contacten toegevoegd aan het telefoonboek, waaronder op 15 mei 2016 de adressen van [betrokkene 1] , [betrokkene 2] en [medeverdachte 1] onder toevoeging van een bericht. [betrokkene 14] meldde die dag aan [betrokkene 1] dat hij ze moest zeggen dat hij ze heeft gemaild, en met het verzoek mij onder een andere naam op te slaan.
Op 23 mei 2016 liet [betrokkene 14] aan [betrokkene 1] weten dat hij de volgende dag iemand zou ontmoeten, die ook met [betrokkene 1] in Berl was, die [betrokkene 1] moest aanhoren en kijken wat hij nodig heeft.
Op 25 mei 2015 spraken [betrokkene 14] en [betrokkene 1] af elkaar te ontmoeten. Een dag later liet [betrokkene 1] aan [betrokkene 15] (voorkomend in onderzoek Zwaluw) weten: die van noord. [betrokkene 15] : 21 precies bro bij mc. Daarop liet [betrokkene 1] aan [betrokkene 2] (die in [plaats] woonde) weten: afspraak is precies om 9 uur bij macdonald noord. Neem kanu mee doorgeladen. [betrokkene 2] : ok maar voor die tijd moet ik jou eerst spreken toch. Op 27 mei 2016 maakte [bijnaam 5] (een persoon die voorkomt in onderzoek Zwaluw) een afspraak met [betrokkene 1] voor een ontmoeting bij de Praxis om 15:00 uur in de omgeving van het Westerpark. Deze [bijnaam 5] berichtte op 28 mei 2016 aan [betrokkene 16] (een persoon die voorkomt in onderzoek Zwaluw): die gast die gedaan moet worden is een getinte man. Zuid Amerikaans ofzo maar niet zeker. Naam [betrokkene 5] of [betrokkene 5] . Hij gaat die nog exact krijgen. Hij woont bij confectiecentrum daar ergens en zet zn wag altijd daar in de parkeergarage. Hij gaat veel uit en heeft een dikke zwarte polo gti. Hij moet zsm loesoe. [bijnaam 6] (bijnaam [betrokkene 1] ) heeft gevraagd om een foto dat er geen misverstanden gebeuren: En een motor of wag geen bmw.
Op 28 mei 2016 stuurde [betrokkene 14] het bericht aan [betrokkene 1] : Ben ik weer je kan me hier op bereiken ok. Die je loon geeft elke maand. En kwa info je hebt de ok van ons.
[betrokkene 1] vroeg aan [betrokkene 14] op 29 mei 2016 of er nog een foto zou komen. [betrokkene 14] : is goed je hebt alle info. Niks meer via tel ok en 1 deze dagen krijg je loon. [betrokkene 1] : is goed. Gooi alleen voor [bijnaam 1] 635eu erbij. Ze hebben nu die bon van ziekenauto gestuurd. En om te huren motor of auto. [betrokkene 14] : blijft ie maar rekeningen krijgen? [betrokkene 1] : dit zal de laatste moeten zijn. [betrokkene 14] : je bent nu alleen op pica aan het wachten wanneer zou die brengen. [betrokkene 1] : want iedereen kan die auto rijden dus foto is wel nodig. Ik wacht tot ik een auto heb want kan daar gewoon gaan kijken als ik een waggie zie.
Op 30 mei 2016 liet [betrokkene 1] aan [betrokkene 2] weten: wou wel ff praten met jouw en [bijnaam 1] kijken hoe of wt, waarop [betrokkene 2] antwoordde met: ok.
Op 30 mei 2016 liet [betrokkene 14] aan [betrokkene 1] weten dat die foto niet ging lukken maar dat die info 1000% was. [betrokkene 1] : ok jammer was wel lekkerder geweest. En hoe zit het met vervoer? Stuur met loon meteen dan 1500 mee onkosten huren en borg. Kijk ook voor motorscooter.
[betrokkene 14] : doe je dingen wat je moet doen voorbereidingen enzo.
[betrokkene 1] : ik wil een motorscooter huren en een auto. Om te kunnen bewegen. En een genakte motorscooter, zodar die dingen er zijn gaan we bewegen. [betrokkene 14] wilde weten hoeveel dat ging kosten. [betrokkene 1] : weet niet. Auto is simpel motor daar de borg van is altijd anders. Stuur voorzekerheid 2k. maar een goeie motorscooter [bijnaam 4] is niet de kleinste. [betrokkene 1] zei dat hij een andere telefoon wilde. Hij ging deze weggooien en wilde geen Blackberry meer.
[betrokkene 14] : tel kan je beter na deze klus halen. [betrokkene 1] : ok doe ik dan hierna. Ik ga morgen de buurt om te vragen. [betrokkene 14] : dan kijk ik maar die gasten zijn heet je hebt gezien met [bijnaam 1] . Wat moest [bijnaam 1] betalen en wat moest voor die stashplek en 1500 voor huurwaggie?
Op 31 mei 2016 nam [betrokkene 1] contact op met [medeverdachte 1] met de vraag: wat en hoeveel moest je ook alweer hebben voor ziekenwagen enzo? [medeverdachte 1] : ambu was 485 en die ander is 230, waarna [betrokkene 1] aan [betrokkene 14] liet weten: [bijnaam 1] 485 en 230, stash 750, huur 2000. Was 6 plus dit is wt hij net doorgeeft. [betrokkene 14] : 10500 krijg je.
Het hof leidt uit deze berichten in onderlinge samenhang bezien af dat [betrokkene 1] de moordopdracht heeft aangenomen (hij moet zsm loesoe) op [betrokkene 5] , die bij het confectiecentrum woonde, waar hij zijn auto in de parkeergarage parkeerde; dat [betrokkene 1] graag een foto van het beoogde slachtoffer wilde om een vergissing te voorkomen (want iedereen kan die auto rijden dus foto is wel nodig); maar dat een foto uiteindelijk niet aan hem is verstrekt; dat [betrokkene 1] voorbereidingen moest treffen en voor de klus onder meer een motorscooter voor [betrokkene 2] ( [bijnaam 4] ) nodig had en dat hij het plan met [betrokkene 2] en [medeverdachte 1] ( [bijnaam 1] ) wilde bespreken.
3.1.3 De beschieting van de auto van [slachtoffer] op 8 oktober 2016
[slachtoffer] woonde met zijn gezin in een appartement aan het Koningin Wilhelminapiein 418 in Amsterdam West. Hun appartement maakte deel uit van het [pand] , met een parkeergarage op -1 en -2, waar bewoners en anderen hun auto konden parkeren.
Uit verklaringen van [betrokkene 5] en zijn vriendin [betrokkene 26] volgt dat zij tot juli 2016 hebben gewoond aan het Koningin Wilhelminaplein 190 in Amsterdam en dat zij de zwarte Mini Cooper van [betrokkene 26] parkeerden in de parkeergarage van het [pand] op verdieping -1. Zij hebben hun huis nog enige tijd aangehouden om spullen uit het appartement beetje bij beetje te verhuizen. Om die reden kwamen zij nog af en toe in die parkeergarage.
Het confectiecentrum, waarover in de aangehaalde berichtenwisseling omtrent de moordopdracht op [betrokkene 5] wordt gesproken en in de buurt waarvan [betrokkene 5] zou wonen en diens auto zou parkeren, bevindt zich nabij het [pand] . [slachtoffer] heeft net als [betrokkene 5] een getinte huidskleur en hij parkeerde zijn zwarte Mini Cooper meestal op verdieping -1. Het hof gaat ervan uit dat [betrokkene 5] het eigenlijke doelwit van de schietpartij is geweest en dat [slachtoffer] en zijn gezin als gevolg van het ontbreken van een foto het slachtoffer zijn geworden.
Op 8 oktober 2016 bestuurde [slachtoffer] zijn zwarte Mini Cooper met kenteken [kenteken 11] de parkeergarage in om deze te parkeren op zijn reguliere parkeerplaats op verdieping -1. Eerder die middag had de verdachte [medeverdachte 2] de schutters in een Volkswagen Caddy de parkeergarage ingereden. In de parkeergarage beschoten de twee schutters de Mini Cooper. De schutters stonden schuin achter elkaar aan de bestuurderszijde van de auto en schoten een aantal malen met semi automatische wapens. [slachtoffer] werd onder meer vier maal in zijn hoofd geraakt en daarnaast in zijn linker bovenarm en de linkerzijde van de borstkas. Als gevolg hiervan is hij ter plaatse overleden. Zijn partner [benadeelde 4] zat voorin de auto naast hem. Zij is als gevolg van verscheidene schotverwondingen zwaargewond geraakt en is buiten bewustzijn naar het VU-ziekenhuis gebracht. Hun dochtertje [benadeelde 3] , 2,5 jaar jong, zat op de achterbank. Zij bleef ongedeerd. Een getuige heeft [benadeelde 3] uit de auto gehaald.
Rondom de Mini Cooper werden 16 hulzen en kogels aangetroffen. Op de garagevloer lag veel glas, afkomstig van de linker voor portierruit van de Mini Cooper. Na aanvullend schootbanenonderzoek zijn in en aan de Mini Cooper de volgende schotbeschadigingen vastgesteld: twee in de motorkap en één boven de voorruit, en daarnaast één onder de motorkap en op de achterbank. Op grond van de bevindingen van het schootbanenonderzoek gaat de politie ervan uit dat de Mini Cooper was beschoten vanaf de voorzijde en het linker voorportier.
Bij het onderzoek naar de gebruikte vuurwapens en munitie is geconcludeerd dat de munitie afkomstig is uit twee verschillende vuurwapens van verschillend kaliber.
Twee hulzen zijn vermoedelijk vanaf de voorzijde van de Mini Cooper verschoten met een semi automatisch werkend pistool van het kaliber 9mm Browning Kort, waarvan het merk niet kon worden vastgesteld. Veertien hulzen zijn vermoedelijk verschoten vanaf het linker voorportier van de Mini Cooper met een semi automatisch werkend machinepistool van het kaliber 9 mm parabellum, merk Heckler &Koch model MP5. De afvuursporen in de vier kogels passen eveneens bij dit vuurwapen.
De schutters zijn in de Volkswagen Caddy de parkeergarage uitgereden en hebben hun weg vervolgd via de Fregelaan en het fietspad naar de dichtstbijzijnde parkeerplaats aan de Wittgensteinlaan. Zij hebben daar de Caddy in brand gestoken en zijn te voet verder gegaan. Verderop in de Wittgensteinlaan zijn ze opgepikt door de bestuurder van een Seat Leon, de verdachte [medeverdachte 2] , die hen naar Hoofddorp heeft gebracht. Daar is de Seat met autopech gestrand en zijn de drie inzittenden lopend verder gegaan. Eén van de mannen was blank. Zij zijn vervolgens opgepikt door [betrokkene 1] in een Mercedes Vito.
Het hof zal hierna ten behoeve van de leesbaarheid de parkeergarage in het [pand] in Amsterdam West ook aanduiden als de PD1 (Plaats Delict 1) de parkeerplaats aan de Wittgensteinlaan als de PD2 (Plaats Delict 2) en de locatie waar de Seat is aangetroffen als de PD3 (Plaats Delict 3).
3.1.4 De gestolen auto’s die bij de liquidatie zijn gebruikt
Voor de liquidatie op 8 oktober 2016 zijn twee gestolen auto’s gebruikt: een Volkswagen Caddy (hierna ook: de Caddy) en een Seat Leon (hierna ook: de Seat).
a. De Volkswagen Caddy
Op 14 juni 2016 is aangifte gedaan van diefstal in Leiden van een lichtgekleurde Volkswagen Caddy, met kenteken [kenteken 9] . In de aangifte werd melding gemaakt van reclameteksten op de auto. Achterop stond de tekst: Eens anders geflitst worden en op de achterruit was een grote letter M aangebracht. Tussen 14 en 15 juni 2016 zijn in Rotterdam kentekenplaten [kenteken 1] gestolen van een Volkswagen Caddy.
De gestolen Caddy is op 14/15 juni 2016 in Rotterdam opgehaald en voorzien van de gestolen kentekenplaten naar Alkmaar gebracht. Hierbij waren betrokken: de verdachten [verdachte] , [betrokkene 3] en [medeverdachte 2] . [verdachte] had het initiatief daartoe genomen. [verdachte] heeft [betrokkene 3] opgehaald in de uitsluitend door hen bestuurde Bora en samen hebben zij [medeverdachte 2] in zijn woonplaats Den Haag opgehaald. In Rotterdam is [medeverdachte 2] in de gestolen Caddy gestapt en hij heeft deze naar Alkmaar gereden, [betrokkene 3] en [verdachte] reden in de Bora voor [medeverdachte 2] uit naar Alkmaar. [verdachte] kende de route naar Alkmaar en heeft daar gesproken met [betrokkene 4] . Het drietal heeft de Caddy in Alkmaar achtergelaten. [betrokkene 3] en [verdachte] hebben met de Bora [medeverdachte 2] naar Den Haag gebracht en zijn via Aalsmeer naar Hoofddorp gereden. [betrokkene 3] was die dag de bestuurder van de Bora.
Op 20 juni 2016 is de Caddy van Alkmaar verplaatst naar Aalsmeer, de telefoon van [betrokkene 4] bewoog tijdens deze rit mee en vervolgens is de Caddy van Aalsmeer naar Amsterdam Noord gebracht. De telefoon van [betrokkene 2] peilde rond 22:58 uur uit in Aalsmeer, waar de Caddy tien minuten later vertrok. De telefoon van [betrokkene 2] peilde rond 23:24 uur uit in Amsterdam Noord. Het hof leidt hieruit af dat [betrokkene 4] de Caddy van Alkmaar naar Aalsmeer heeft gereden en dat [betrokkene 2] de Caddy van daaruit naar Amsterdam Noord heeft gereden.
Op 27 juni 2016 is de Bora rond 21:00 uur naar Den Haag gereden, daar is [medeverdachte 2] opgehaald en de Bora is vervolgens in de richting van de A4 gereden. Van 27 op 28 juni 2016 rond middernacht is de Caddy geregistreerd, rijdend vanuit Amsterdam Noord naar Amsterdam West; alsmede op 28 juni 2016 rond 00:26 uur en opnieuw rond 01:19 uur is de Caddy vlakbij de parkeergarage van het [pand] geregistreerd. De Bora was die nacht rond 02.00 uur in Aalsmeer.
De Caddy is daarna op 28 juni 2016 voor het eerst weer in Amsterdam Noord geregistreerd rond 21:30 uur.
b. De Seat Leon
Op 21 juni 2016 is in Rotterdam aangifte gedaan van diefstal in de periode van 20-21 juni 2016 van een zwarte Seat Leon met het kenteken [kenteken 10] . Op de auto zijn nadien duplicaat kentekenplaten aangebracht: [kenteken 2] .
De gestolen Seat is op 28 juni 2016 in Rotterdam opgehaald door [verdachte] , [betrokkene 3] en [medeverdachte 2] . Het initiatief daartoe kwam wederom van [verdachte] . [medeverdachte 2] bestuurde de Seat en reed daarbij enkele minuten achter de Bora naar Amsterdam Noord. Volgens [betrokkene 3] wist [medeverdachte 2] niet hoe hij moest rijden en reed [betrokkene 3] met [verdachte] in de Bora vóór hem uit om de weg te wijzen. Daarna reed de Bora door naar Aalsmeer.
De Seat is in de nacht van 12 op 13 juli 2016 van Amsterdam Noord verplaatst naar Alkmaar.
De Seat is op de avond van 6 oktober 2016 rond 23:30 uur vanuit Alkmaar vertrokken, evenals de Bora en de door [betrokkene 1] vanaf die dag gehuurde Vito.
[medeverdachte 1] vertrok met de Jetta rond 23:02 uur uit Wormerveer in zuidelijke richting.
Daaraan voorafgaand had de verdachte met de Bora [medeverdachte 2] opgehaald van station Zoetermeer; zij zijn naar de woonplaats van de verdachte in [plaats] gereden en de Bora is vervolgens rond 22:41 uur naar Alkmaar gereden.
[betrokkene 1] was met de Vito vanaf 20:59 uur in Alkmaar. Hij heeft verklaard dat hij bij [betrokkene 4] was en dat hij zijn broer [verdachte] die avond in Alkmaar had gezien.
Het hof gaat er net als de rechtbank vanuit dat de verdachte die avond de Bora heeft bestuurd.
De Bora en de Seat reden na het verlaten van Alkmaar direct door naar Hoofddorp. De Vito reed via de woning van [betrokkene 2] eveneens door naar [plaats] en kwam bij de [d-straat 1] aan rond 00:30 uur. Rond 00:45 uur reed de Vito, enkele minuten vóór de Seat, van [plaats] naar Amsterdam. De Seat werd die nacht voor het laatst geregistreerd rond 01:02 uur op de N200 ter hoogte van de afslag [Kimpoweg].
De Vito heeft die nacht rond 01:50 uur korte tijd stilgestaan in de omgeving van de woning van [betrokkene 2] in [plaats] , is teruggereden naar [plaats] , waar de Vito aankwam rond 02:44 uur en tenslotte rond 03:04 uur is vertrokken naar Aalsmeer.
De Jetta, waar [medeverdachte 1] in reed, was op 6 oktober 2016 rond 23:02 uur uit Wormerveer vertrokken en reed weg uit Hoofddorp op 7 oktober rond 03:07 uur.
De Bora is rond 03:11 uur vanuit Hoofddorp vertrokken in de richting van Beverwijk. De verdachte en [medeverdachte 2] zijn die nacht rond 03:45 uur in Beverwijk door de politie staande gehouden met de Bora.
De Seat stond vanaf 7 oktober 2016 08:00 uur geparkeerd op een parkeerplaats op de Wittgensteinlaan waar hij op 8 oktober 2016 ‘s middags nog stond.
Het hof interpreteert deze reisbewegingen conform de verklaring van [medeverdachte 2] omtrent het koudzetten van de Seat. In de nacht van 7 oktober 2016 heeft [medeverdachte 2] de Seat met [betrokkene 1] als bestuurder en [betrokkene 2] in de Vito naar een parkeerplaats aan de Wittgensteinlaan in Amsterdam West gebracht. De Seat is daar achtergebleven en [medeverdachte 2] is daarna in de Vito met [betrokkene 2] en [betrokkene 1] teruggereden naar [plaats] . De verdachte was daar toen. [medeverdachte 2] is met de verdachte vanaf [plaats] in de Bora meegereden naar diens huis in [plaats] , waar hij heeft overnacht, wat hij wel vaker deed.
3.1.5 De verklaring van medeverdachte en getuige [medeverdachte 2] ter terechtzitting in hoger beroep over 8 oktober 2016
Op 8 oktober 2016 ’s middags heeft de verdachte in de Bora [medeverdachte 2] afgezet in Amsterdam Noord; [medeverdachte 2] kreeg onderweg van de verdachte een Nokia 105 prepaid telefoon (PP1) met diens mededeling dat hij deze moest aanzetten en dat hij daarop gecontact zou worden; de prepaid is onderweg geactiveerd. [medeverdachte 2] heeft de telefoon aangezet. [medeverdachte 2] heeft toen van de verdachte ook de autosleutels van de Caddy gekregen.
[medeverdachte 2] is in Amsterdam Noord als bestuurder in de Caddy gestapt en tegelijkertijd zijn twee mannen achterin ingestapt (opmerking hof: de latere schutters in de parkeergarage), onder wie de medeverdachte [betrokkene 2] . [medeverdachte 2] heeft op aanwijzingen van [betrokkene 2] de twee mannen in de Caddy vervoerd van Amsterdam Noord tot in de parkeergarage het [pand] , waar [medeverdachte 2] een kaartje trok en naar beneden is gereden. [betrokkene 2] legde [medeverdachte 2] uit welke route hij vanuit de parkeergarage moest lopen om bij de gereedstaande Seat te komen. [betrokkene 2] zei dat hij in de Seat moest gaan zitten en op een seintje moest wachten. [medeverdachte 2] had de autosleutels van de Seat toen al. [medeverdachte 2] heeft de Caddy met de twee inzittenden in de parkeergarage achtergelaten.
[medeverdachte 2] heeft de garage lopend verlaten. Hij is via de opgegeven route naar de parkeerplaats aan de Wittgensteinlaan gelopen en is op de achterbank van de Seat gaan liggen. [medeverdachte 2] droeg een rode trui met capuchon en een lange lederen jas. [medeverdachte 2] heeft via de PP1 sms-contact onderhouden met de schutters in de parkeergarage, die ook beschikten over een prepaid telefoon, de PP2, en daarnaast met de PP3, een prepaid telefoon waarvan hij door de vraagstelling in een sms-bericht begreep dat [betrokkene 1] deze in gebruik had. [medeverdachte 2] heeft gezien dat in de PP1 twee verschillende telefoonnummers waren opgeslagen.
Zoals hiervoor, in 3.1.3 reeds is vermeld, heeft vervolgens de schietpartij in de parkeergarage plaatsgevonden, waarna de schutters in de Caddy de parkeergarage zijn uitgereden, zij de Caddy in brand hebben gestoken en in de Wittgensteinlaan door [medeverdachte 2] in de Seat Leon zijn opgehaald.
De schutters hadden een tas bij zich, die een meter lang was, en hebben deze op de achterbank of in de kofferbak van de Seat gelegd. [medeverdachte 2] is op aanwijzingen van [betrokkene 2] met hen naar Hoofddorp gereden, waar de Seat een lekke band kreeg. [medeverdachte 2] heeft de Seat toen een berm ingereden. De drie mannen hebben de Seat achtergelaten en zijn gezamenlijk te voet verder gegaan; zij hebben ongeveer twintig minuten gelopen. [medeverdachte 2] heeft gezien dat één van de twee anderen een prepaid telefoon bij zich had. [medeverdachte 2] heeft zijn prepaid telefoon in Hoofddorp in de berm weggegooid, omdat [betrokkene 2] hem dat had opgedragen. [medeverdachte 2] heeft in Hoofddorp gezien dat [betrokkene 2] of de andere man de tas uit de Seat heeft gepakt. Eén van hen heeft die tas tijdens de wandeling meegenomen en deze is ergens op de looproute in de bosjes verstopt. Tenslotte heeft [betrokkene 1] de drie mannen opgepikt met de Vito. Ze zijn met z’n vieren in de auto naar [betrokkene 1] huis in Aalsmeer gegaan, waar ze enige tijd zijn gebleven. [betrokkene 2] heeft [medeverdachte 2] naar Amsterdam Noord gebracht, waar hij het feestje van [betrokkene 13] heeft bezocht. De verdachte heeft [medeverdachte 2] die avond rond 20:00 uur naar zijn huis in Den Haag gebracht.
3.1.6 Gebruik van drie prepaid telefoons op 8 oktober 2016
[medeverdachte 2] heeft op 4 mei 2017 de plaats in Hoofddorp aangewezen waar hij op 8 oktober 2016 de door hem gebruikte PP1 had weggegooid. Het toestel lag daar nog. Aan de hand van de daarop aangetroffen gegevens kon een reconstructie worden gemaakt van de sms-berichten die van en naar dat toestel zijn gestuurd op 8 oktober 2016. Uit het historisch overzicht van de drie prepaid toestellen blijkt het volgende.
De PP1, 2 en 3 zijn tussen 15:12 en 15:17 uur geactiveerd, alle onder aanstraling van de zendmast aan de Hilversumstraat 316 in Amsterdam Noord.
De PP1, waarvan is vastgesteld dat deze in gebruik was bij [medeverdachte 2] , had het telefoonnummer [telefoonnummer 9] . Deze is actief geweest vanaf 8 oktober 2016 om 15:12 uur tot en met 9 oktober 2016 om 7:18:25 uur. De PP2 met telefoonnummer [telefoonnummer 10] was actief op 8 oktober 2016 van 15:16 tot 18:09:26 uur. De PP3 met telefoonnummer [telefoonnummer 11] was actief op 8 oktober 2016 van 5:17:36 (ik begrijp 15:17:36, A-G) tot 18:09:26 uur. Op de laatstgenoemde tijdstippen straalden de drie telefoons steeds dezelfde zendmast in Hoofddorp aan.
Uit de bevindingen met betrekking tot het sms-verkeer tussen de PP1 enerzijds en de PP2 / PP3 anderzijds volgt dat de PP2 werd gebruikt door de schutters in de parkeergarage en dat de PP3 werd gebruikt door een derde, waarvan kon worden vastgesteld dat dit (hoofdzakelijk) [betrokkene 1] was.
3.1.7 De camerabeelden in de parkeergarage in samenhang met prepaid-gegevens en reisbewegingen van de Bora, de Caddy, de Seal en de Vito.
Van een groot aantal camera’s uit de parkeergarage het [pand] (PD1) zijn relevante beelden verkregen, die hierna in chronologische volgorde (vetgedrukt) worden weergegeven.
De gegevens met betrekking tot de prepaid toestellen worden eveneens in het schema (cursief gedrukt) weergegeven, om deze te kunnen bezien in onderling verband en samenhang met de camerabeelden. Tussen 15:15 en 15:21 uur hebben de gebruikers van de PP2 en de gebruiker van de PP3 onderling contact gehad. De inhoud hiervan is niet bekend geworden omdat deze telefoons niet zijn aangetroffen. Tenslotte worden in deze tijdlijn eveneens de verkregen gegevens met betrekking tot de reisbewegingen van de Bora (bestuurd door de verdachte) en de Vito (bestuurd door [betrokkene 1] ) vermeld (in vetgedrukte cursieve letters).
Het hof gaat ervan uit dat de Bora in het relevante tijdsbestek werd gebruikt door de verdachte, op grond van de eensluidende verklaringen die inhouden dat [betrokkene 3] (de enige medegebruiker van de Bora) op 8 oktober vanaf rond 13:30 uur tot ’s avonds laat in de woning van zijn ex-vrouw en dochter aan de [k-straat] in Amsterdam Noord op een feestje is aanwezig is geweest.
Tijdstip
Gebeurtenis 8 oktober 2016
13:30
[medeverdachte 2] schakelt zijn telefoon uit
14:42:12
Start weergave camerabeelden parkeergarage het [pand]
14:42:12
Een zwarte Mini Cooper met kenteken [kenteken 11] rijdt de garage uit
15:12
Activatie PP1 van [medeverdachte 2] , onder bereik van de zendmast Hilversumstraat, omgeving Buikslotermeerplein Amsterdam-Noord
De Bora is in de omgeving van het Buikslotermeerplein in Amsterdam Noord. [verdachte] zet [medeverdachte 2] af.
15:16 en 15:17
Activatie PP2 (15:16) en PP3 (15:17) eveneens onder bereik van de zendmast Hilversumstraat, omgeving Buikslotermeerplein Amsterdam Noord.
[medeverdachte 2] begeeft zich naar de Caddy en de twee schutters stappen bij hem in de Caddy in.
Tot 15:22
Vooral contact tussen PP2 en PP3, inhoud berichten onbekend
15:28
De Bora en Caddy rijden met 1 minuut verschil door de Coentunnel in Amsterdam West. De telefoon van [betrokkene 2] wordt uitgeschakeld.
15:41
Boven aan de inrit staat de Caddy voor de omhoogstaande slagboom. Het raam van de bestuurder is omlaag. De Caddy rijdt de parkeergarage in en rijdt daar twee rondjes.
15:47
De Caddy wordt verplaatst en rijdt van rechts naar links en slaat rechtsaf.
Een man verlaat lopend de parkeergarage. Hij draagt een lange zwarte lederen jas en daaronder een rode trui met capuchon.
Na 15:48
De Caddy is buiten bereik van een camera en dus niet meer in beeld.
15:51
De Bora met [verdachte] is in [plaats] in de omgeving van de woning van zijn broer [betrokkene 1]
16:00:02
Een zwarte Mini Cooper rijdt de garage in.
16:04
PP1 en PP2 stralen een zendmast in de omgeving van de parkeergarage aan
16:16
PP2 aan PP1: zit achterin waggie
16:17
PP1 aan PP2: ja
16:20
De PP3 straalt cell-id Van Heuven Goedhartlaan in Hoofddorp aan
16:26
Een man, die later is herkend als [slachtoffer] , komt met een vrouw en een kind uit de lift en zij betreden de parkeergarage
16:28
Een zwarte Mini Cooper met het kenteken [kenteken 11] stopt ter hoogte van de slagboom om het buitenste hek te openen. De bestuurder is het latere mannelijke slachtoffer.
16:29:10
De zwarte Mini Cooper rijdt de garage uit.
16:35
De Bora rijdt van Aalsmeer naar de A4. De Vito rijdt naar de [d-straat 1] in [plaats] .
16:38
De Caddy wordt drie parkeerplaatsen vóór de lift vooruit ingeparkeerd.
De autoverlichting wordt gedoofd.
Opmerking verbalisanten: de Caddy staat nu vrijwel direct tegenover de plek waar de zwarte Mini Cooper van [slachtoffer] normaliter wordt geparkeerd.
16:45
PP3 straalt de zendmast [d-straat 1] [plaats] aan, Cell-id Van Heuven Goedhartlaan
16:48
PP3 aan PP1: Zit je goed?
16:51
PP1 aan PP3: Nee en het is druk
16:52
PP3 aan PP1: OK em nu
16:53
PP1 aan PP3: bikkelen
16:53
PP3 aan PP1: waar zijn de andere
16:54
PP1 aan PP3: binnen
16:55
PP3 aan PP1: hun hebben bereik
16:56
PP1 aan PP3: ja
16:57
PP3 aan PP1: Ok heb ze gesproken
17:28:20-17:29:30
PP1 aan PP2: Kan ik me benen ff strekken ik krijg kramp
17:28:59
De zwarte Mini Cooper met het kenteken [kenteken 11] rijdt de parkeergarage in.
Een lichtschijnsel is zichtbaar op de achterkant van de Caddy.
17:30:11
Uit de Caddy links achter stapt een man in lichtkleurige broek, donkere schoenen met zool en donkere jas (NN1). Uit de Caddy stapt aan de rechterkant een man met donkere broek en donkere schoenen (NN2).
Beide mannen rennen direct schuin naar achteren in de richting van de zwarte Mini Cooper.
17:30:17
71:30:21
NN2 loopt met versnelde pas terug naar de rechterkant van de Caddy.
NN1 komt terug bij de Caddy en verdwijnt rechts uit beeld.
Verbalisant: beide mannen stappen rechts in.
17:30:33
De remlichten van de Caddy gaan aan, de Caddy rijdt weg, tegen de rijrichting in.
17:31:12
De Caddy rijdt met hoge snelheid langs de camera. De inzittenden zijn niet waar te nemen.
17:31:15
De Caddy rijdt achter een grijze Seat Ibiza Station de parkeergarage uit.
Het hof stelt met betrekking tot de verdere gang van zaken op 8 oktober 2016 vast op grond van getuigenverklaringen, in combinatie met de waargenomen reisbewegingen van de Vito en de Bora en de overige relevante telefoongegevens (in cursief)).
De Caddy rijdt de parkeergarage uit in de Fregelaan en rijdt met hoge snelheid via het fietspad naar de parkeerplaats bij het eerste flatgebouw aan de Wittgensteinlaan, waar [medeverdachte 2] enige tijd heeft zitten wachten in de Seat (PD2). De getuige op het fietspad heeft gezien dat de bestuurder van de Caddy een donkere huidskleur had.
17:38
De Caddy staat in brand, de getuige [betrokkene 17] maakte filmopnamen van twee rennende mannen: een man had een donkere huidskleur; de ander droeg een lichtkleurige broek. Zij renden weg van de brandende Caddy. De getuige zag dat de donkere man de andere man voorbij rende. Op de opnamen is te zien dat de donkere man (NN2) een telefoon aan zijn oor hield.
17:38
PP2 plaatst een oproep naar PP1, die niet wordt beantwoord.
17:39
NN1 draagt een langwerpige tas en gooit iets in het water.
NN1 en NN2 lopen verder langs de waterkant langs de flatgebouwen van de Wittgensteinlaan.
[medeverdachte 2] komt in de Seat aangereden op de Wittgensteinlaan. NN1 stapt links achterin en NN2 rechts achterin. Rechts achterin de Seat is DNA van [betrokkene 2] aangetroffen.
17:43
De Seat rijdt over de A10.
17:43
PP2 neemt contact op met PP3, die wordt aangestraald door een zendmast in Hoofddorp, Van Heuven Goedhartlaan omgeving [d-straat 1] .
17:48
De Seat strandt in Hoofddorp met een lekke band. [medeverdachte 2] en de twee schutters laten de Seat achter en lopen over de Kruisweg en Hoeksteen in Hoofddorp. Op camerabeelden is [medeverdachte 2] te zien met een donkere lange lederen jas met daaronder een rode trui met capuchon.
De getuige [betrokkene 18] zag dat de zwarte Seat in de berm parkeerde en drie forse mannen uitstapten, ze staken de weg over en liepen hem tegemoet; ze passeerden elkaar uiteindelijk. De getuige zag dat de mannen kort daarvoor een capuchon op deden. De getuige keek één van hen recht in de ogen aan, een donkergetinte man. Er was ook een blanke man en een andere donkere man.
17:49
De Vito rijdt vanaf de [d-straat 1] in Hoofddorp.
De PP3 beweegt in dezelfde richting mee.
17:52 en 17:53
NN2, de donkere man heeft een telefoon aan zijn oor, terwijl het uit de Seat afkomstige drietal in de omgeving van MacDonalds in Hoofddorp loopt.
PP2 neemt tevergeefs contact op met PP3.
17:53
PP2 neemt contact op met PP3. PP2 en PP3 zijn gedurende 5,3 minuten in gesprek.
Het drietal bevindt zich in de omgeving van Hoeksteen in Hoofddorp.
18:00
De Vito bevindt zich op de Paviljoenlaan in Hoofddorp.
Kort na 18:00
Stills van camerabeelden die zijn gemaakt op de Kruisweg in Hoofddorp tonen drie lopende mannen gaande in de richting van de Van Heuven Goedhartlaan in Hoofddorp.
Op stills van camerabeelden bij Flash casino is een man te zien, gekleed in een rode trui, zwarte pet en een lange zwarte jas.
18:09:26
De PP1, PP2 en PP3 stralen dezelfde zendmast in Hoofddorp aan.
De PP2 en PP3 worden tegelijkertijd op non-actief gezet.
[medeverdachte 2] gooit PP1 in de berm.
18:20
De Vito beweegt in de richting van [d-straat 1] in Hoofddorp.
18:28
De Vito rijdt vanuit Hoofddorp naar Aalsmeer.
18:28
De zwarte Seat wordt aangetroffen in de berm op de Kruisweg in Hoofddorp, net naast de afslag in de richting van Aalsmeer (PD3). De banden van de Seat waren leeg; één band was gescheurd. Een verbalisant zag op de vloerplaat vóór de bijrijdersstoel een doorzichtige Coca Cola fles helemaal gevuld met gele vloeistof. Na onderzoek bleek de fles motorbenzine te bevatten. Op/in de dorp van de fles is DNA van [betrokkene 2] aangetroffen. In de Seat is verder DNA aangetroffen van [betrokkene 2] en [medeverdachte 2] .
18:30
De Caddy wordt brandend aangetroffen op de parkeerplaats aan de Wittgensteinlaan.
Forensisch onderzoek heeft uitgewezen dat de Caddy van binnen volledig was uitgebrand. In het voertuig zijn geen delict gerelateerde voorwerpen aangetroffen.
19:15
De Vito rijdt vanuit Aalsmeer naar Amsterdam Noord, de telefoon van [betrokkene 2] bewoog mee.
De Vito zet [medeverdachte 2] af bij de [k-straat] in Amsterdam Noord. [medeverdachte 2] is op bezoek bij het feest van [betrokkene 13] , de dochter van [betrokkene 3] .
20:13
De Bora rijdt in de omgeving van de Distelkade in Amsterdam Noord.
[verdachte] is op bezoek op het feest van [betrokkene 13] .
20:27
De Vito vertrekt uit Aalsmeer naar de [k-straat] in Amsterdam Noord.
[betrokkene 1] is kort op bezoek op het feest van [betrokkene 13] .
20:40
De Bora en de Vito zijn in de omgeving van genoemde [k-straat] , evenals de telefoon van [verdachte] .
20:46
De Bora rijdt van de [k-straat] naar Den Haag, [verdachte] brengt [medeverdachte 2] naar huis.
22:04
De telefoon van [medeverdachte 2] is ingeschakeld in Den Haag.
[verdachte] rijdt met de Bora naar de [k-straat] .
9 oktober
00:50
De telefoon van [verdachte] straalt de zendmasten Meeuwenlaan en Loenermark aan in Amsterdam Noord.
De Bora rijdt naar de [j-straat] in Amsterdam, waar [verdachte] [betrokkene 3] heeft afgezet.
01:28
[medeverdachte 1] rijdt in de Suzuki op de N246 in Noordelijke richting naar Wormerveer.
01:44
De telefoon van [verdachte] is in Beverwijk.
3.1.8 Reisbewegingen in de periode september 2016
Uit ARS-registraties, al dan niet in combinatie met gegevens over telefoongebruik, zijn reisbewegingen in de relevante periode van een aantal voertuigen (de Jetta, Suzuki, Bora, Passat, V-Klasse, Vito en Seat) naar voren gekomen.
De medeverdachte [medeverdachte 1] heeft tijdens zijn verhoor als verdachte op 7 december 2017 met betrekking tot de expliciet voorgehouden reisbewegingen erkend dat hij toen in de Jetta heeft gereden; hij was degene die naar Aalsmeer is gereden, vooral ’s nachts; het kwam vaker voor dat hij midden in de nacht vertrok.
Op grond van de ARS-registraties kan worden vastgesteld dat de Jetta op na te noemen data in de volgende plaatsen was:
In Hoofddorp op 6 en 7 oktober 2016 (er zijn geen registraties van de Jetta in Hoofddorp in de periode van 8 oktober 2016 tot 12 juli 2017);
in Aalsmeer op 30 september, 2, 4 en 7 oktober 2016 (er zijn geen registraties van de Jetta in Aalsmeer in de periode van 8 oktober 2016 tot 12 juli 2017).
[medeverdachte 1] reed in de Jetta en ook in de Suzuki van zijn moeder; hij heeft verklaard dat zij in deze periode op vakantie in Spanje was. Zoals eerder is opgemerkt, reed [medeverdachte 1] op 9 oktober 2016 rond 01:28 uur in de Suzuki op de N246 in Wormerveer in Noordelijke richting.
Schematische samenvatting van de relevante reisbewegingen 3 september tot en met 8 oktober 2016
Datum
Bora
[verdachte]
Jetta
[medeverdachte 1]
Passat
V-klasse
Vito
[betrokkene 1] / [betrokkene 2]
03-09-16 en
04-09-16
Vanaf 17:44 uur in Amsterdam, Anderlechtlaan/ Louwesweg tot 4 september 05:30 uur
( [verdachte] en [betrokkene 3] )
[betrokkene 4] was daar ook om 17:44 uur
[betrokkene 1] was daar vanaf 21:16 uur
[betrokkene 1] en [betrokkene 4] daar weg rond 05:30 uur
29-09-16
14:38 en 15:34 uur:
in Aalsmeer
23:52 uur: vertrek uit Wormerveer
30-09-16
15:30 uur: in Aalsmeer
16:55 uur: telefoon [verdachte] in Aalsmeer
00:41 tot 01:21 uur, in Aalsmeer
[verdachte] / [medeverdachte 2] in Passat hebben [betrokkene 1] afgezet bij Diks autoverhuur [betrokkene 1] huurde de V-klasse
16:55 uur: telefoon [betrokkene 1] in Aalsmeer
02-10-16
21:11 uur: van Beverwijk naar
Aalsmeer
21:31 uur: aankomst in Aalsmeer
Telefoon [verdachte] bewoog mee
22:12 uur: van Aalsmeer naar Hoofddorp
23:28 uur: van Hoofddorp naar Aalsmeer
23:37 uur: van Aalsmeer naar Hoofddorp
21:10 uur: van Wormerveer naar Aalsmeer
22:01 uur: aankomst in Aalsmeer
23:38 uur: van Aalsmeer naar Hoofddorp
04-10-16
20:25 uur: van Wormerveer naar Aalsmeer
23:30 uur: van Aalsmeer naar Hoofddorp naar Wormerveer
23:51 uur: aankomst in Wormerveer
20:04 uur: V-klasse in Amsterdam Noord (telefoon [betrokkene 2])
20:21 uur: van Amsterdam Noord naar Aalsmeer
20:57 uur: van Aalsmeer naar Amsterdam West
21:06 uur: V-klasse (telefoon [betrokkene 1] ) van Aalsmeer naar afslag S106 (Cornelis Lelylaan) 21:37 uur van Cornelis Lelylaan naar Oostoever
V-klasse via Amsterdam Noord
22:10 uur: naar Aalsmeer
(telefoon [betrokkene 2] bewoog eerder die dag mee met V-klasse)
21:21-21:41 uur: diverse belbewegingen met telefoon van [betrokkene 1]
23:28 uur: V-klasse (telefoon [betrokkene 2] bewoog mee) van Aalsmeer via Hoofddorp naar Nassaukade (Amsterdam)
06-10-16
en
07-10-16
[verdachte] haalde [medeverdachte 2] op uit Zoetermeer zij reden naar Beverwijk
22:41 uur: Bora naar Alkmaar
Rond 23:30 uur: Bora met Seat en Vito weg uit Alkmaar
Bora en Seat naar Hoofddorp
Bora, Seat en Vito op parkeerplaats Haarlemmerbos Hoofddorp
(Seat en Vito naar Amsterdam)
03:11 uur: Bora weg uit Hoofddorp
03:45 uur: [verdachte] en [medeverdachte 2] in Bora aangehouden in Beverwijk
23:03 uur: rijdt van Wormerveer in zuidelijke richting
03:07 uur: weg uit Hoofddorp
[betrokkene 1] heeft de Vito gehuurd.
16:56 uur Amsterdam Noord [betrokkene 1] belde [verdachte] .
20:30 uur: [betrokkene 1] in Vito naar Aalsmeer naar Alkmaar
20:59 uur: Vito geparkeerd bij ingang woning [betrokkene 4] ;
[betrokkene 1] heeft [verdachte] in Alkmaar gezien
Rond 23:30 uur: van Almaar via Amsterdam Noord naar Hoofddorp. (00:30 vlakbij [aa-straat] )
Vito parkeerplaats Haarlemmerbos Hoofddorp
00:44 uur: van Hoofddorp naar Amsterdam. Reed op N205 enkele minuten voor de Seat.
02:03 uur: bij woning [betrokkene 2] in Amsterdam Noord
02:45 uur: naar Hoofddorp
03:04 uur: weg uit Hoofddorp
03:13 uur: in Aalsmeer
07-10-16
[verdachte] en [medeverdachte 2] in Beverwijk
Met Bora [betrokkene 3] opgehaald in Amsterdam; naar Amsterdam Noord
20:00 uur: naar Aalsmeer
20:52 uur: aankomst in Aalsmeer
23:08 uur: weg uit Aalsmeer
(telefoon [verdachte] )
Bora naar de woning [betrokkene 3]
23:36 uur: telefoon [medeverdachte 2] op het Wi-Fi netwerk van [betrokkene 3]
20:52 tot 23:08 uur:
Bora in Aalsmeer
21:10 uur: van Wormerveer naar Aalsmeer
21:57 uur: aankomst in Aalsmeer
23:21 uur: weg uit Aalsmeer
00:21 uur: aankomst in Wormerveer
Het hof leidt hieruit, in onderling verband en samenhang bezien met de eerder vermelde feiten en omstandigheden, het volgende af:
Op 3 september en in de nacht van 4 september 2016 zijn [verdachte] , [betrokkene 3] , [betrokkene 1] en [betrokkene 4] vanaf 21:16 uur tot 05:30 uur op dezelfde locatie geweest, [betrokkene 4] is even weggegaan en teruggekomen.
Op 29 september 2016 is de verdachte ‘s middags een uur in Aalsmeer geweest en [medeverdachte 1] was in de nacht van 29 op 30 september 2016 in Aalsmeer. [verdachte] is op 30 september 2016 ‘s middags in Aalsmeer geweest; hij heeft met [medeverdachte 2] in de Passat (de auto van zijn zus [betrokkene 9] ) [betrokkene 1] naar het autoverhuurbedrijf Diks gebracht die daar de V-klasse heeft gehuurd.
Op 2 oktober 2016 zijn [medeverdachte 1] en de verdachte beiden in Aalsmeer geweest; zij waren daar in elk geval tegelijkertijd vanaf 22:01 uur (het aankomsttijdstip van [medeverdachte 1] , terwijl [verdachte] daar toen al was) tot 22:12 uur (het eerste vertrekmoment van [verdachte] ), terwijl [medeverdachte 1] na terugkomst van [verdachte] slechts 1 minuut later dan [verdachte] Aalsmeer heeft verlaten. Het hof acht geenszins uitgesloten dat zij elkaar hebben ontmoet bij [betrokkene 1] , mede omdat enige te verifiëren concrete verklaring van een van beiden over die avond ontbreekt.
Op 4 oktober 2016 zijn [medeverdachte 1] en [betrokkene 2] beiden in Aalsmeer geweest. Gezien het tijdstip waarop [medeverdachte 1] uit Wormerveer was vertrokken en gezien de duur van de terugreis van [medeverdachte 1] die avond (21 minuten), acht het hof aannemelijk dat [medeverdachte 1] en [betrokkene 2] daar onderscheidenlijk in de Jetta en V-klasse rond hetzelfde tijdstip zijn aangekomen. Zij zijn uiteindelijk met enkele minuten verschil rond 23:30 uur uit Aalsmeer vertrokken. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij die avond [betrokkene 1] en [betrokkene 2] beiden heeft gezien.
Het hof stelt vast dat de V-klasse uit Aalsmeer is vertrokken nadat deze en de Jetta daar waren aangekomen. De telefoon van [betrokkene 1] bewoog mee, terwijl de V-klasse reed naar Amsterdam West, in de omgeving reed van de parkeergarage het [pand] . Vanuit Aalsmeer bewoog de V-klasse zich naar de afslag S106, de Cornelis Lelylaan in Amsterdam West en vandaar uit naar Oostoever. De V-klasse deed daar 20 minuten over. Volgens de routeplanner op google maps duurt deze rit met een auto normaal gesproken 8 minuten. Daarna is de V-klasse via Amsterdam Noord teruggekeerd in Aalsmeer.
Het hof acht het gezien het voorgaande in onderling verband en samenhang bezien niet uitgesloten dat [medeverdachte 1] met [betrokkene 2] en/of [betrokkene 1] deze rit heeft gemaakt. [medeverdachte 1] heeft in zijn verklaring over zijn aanwezigheid in Aalsmeer, ook op deze avond, slechts volstaan met de zeer algemene uitleg van bezigheden die te maken hadden met de handel in soft drugs.
Het hof acht niet aannemelijk dat [medeverdachte 1] in Amstelveen op [verdachte] zou hebben gewacht, terwijl [verdachte] daar mogelijk geruime niet was, om uiteindelijk pas 2,5 uur later te vertrekken. Het hof acht de algemene niet te toetsen stelling van [medeverdachte 1] dat het wel vaker voorkwam dat hij op de te leveren softdrugs moest wachten, volstrekt ontoereikend.
Op 6 oktober en in de nacht van 7 oktober 2016 is de reeds in juni 2016 gestolen Seat verplaatst van Alkmaar naar de parkeerplaats aan de Wittgensteinlaan in Amsterdam. Het hof verwijst hiervoor ook naar hetgeen hierover is vermeld in het hoofdstuk betreffende de bij de liquidatie gebruikte Seat. De verdachte en [medeverdachte 2] zijn op 6 oktober 2016 ‘s avonds in de Bora naar Alkmaar gereden, waar [betrokkene 1] al was met de Vito. [betrokkene 1] heeft verklaard dat hij bij [betrokkene 4] was en dat hij de verdachte die avond in Alkmaar heeft gezien. De Bora en de Seat reden van Alkmaar naar Hoofddorp, terwijl de Vito via de woning van [betrokkene 2] naar Hoofddorp is gereden.
[medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij met [betrokkene 1] in de Seat naar Amsterdam is gereden en dat [betrokkene 2] in de Vito ook naar de parkeerplaats aan de Wittgensteinlaan is gereden.
Het hof neemt deze verklaring van [medeverdachte 2] als uitgangspunt en concludeert op grond van het voorgaande dat [betrokkene 1] [betrokkene 2] bij diens woning in [plaats] heeft opgehaald; dat [betrokkene 2] in Hoofddorp in de Vito is gebleven en dat [betrokkene 1] daar in de Seat is overgestapt, waarna beide auto’s naar de Wittgensteinlaan zijn gereden. Nadat de Seat door [medeverdachte 2] en [betrokkene 1] daar was gereedgezet, zijn [betrokkene 1] , [medeverdachte 2] en [betrokkene 2] in de Vito naar Amsterdam Noord gereden, waar [betrokkene 2] is afgezet. De Vito is daarna naar Hoofddorp gereden, van waaruit [medeverdachte 2] tenslotte met [verdachte] in de Bora naar Beverwijk is gereden.
Het hof is van oordeel dat hieruit minst genomen volgt dat de verdachte (met de Bora) aanwezig was bij het vertrek van de Seat uit Alkmaar en het vertrek van de Seat uit Hoofddorp en daar aanwezig was toen [betrokkene 1] en [medeverdachte 2] terugkwamen van het zogenoemde koudzetten van de Seat.
Het hof constateert dat de Jetta en/of [medeverdachte 1] , die op 6 oktober 2016 rond 23:02 uur rijdend in zuidelijke richting uit Wormerveer was vertrokken en op 7 oktober rond 03:07 uur uit Hoofddorp is vertrokken, gedurende enkele uren tegelijkertijd met de Bora en/of [verdachte] in Hoofddorp kan zijn geweest. Dit situeert zowel [medeverdachte 1] /de Jetta als [verdachte] /de Bora in Hoofddorp op de tijdstippen waarop de bij de liquidatie gebruikte Seat is vertrokken uit Hoofddorp, is koudgezet in Amsterdam en de bij het koudzetten betrokken [medeverdachte 2] en [betrokkene 1] in Hoofddorp zijn teruggekeerd.
Op grond van de inhoud van het dossier is niet duidelijk wat [medeverdachte 1] en [verdachte] in de tussentijd hebben gedaan. Opmerkelijk is dat de Vito, de Bora en de Jetta die nacht binnen een tijdsbestek van enkele minuten uit Hoofddorp zijn vertrokken.
Op 7 oktober 2016 zijn de verdachte, [betrokkene 3] en [medeverdachte 2] in de Bora via Amsterdam Noord naar Aalsmeer gereden, waar zij aankwamen om 20:52 uur. Zij reden uit Aalsmeer weg rond 23:08 uur. [medeverdachte 1] is met de Jetta in Aalsmeer aangekomen rond 21:57 uur en daar weggereden om 23:21 uur. Hieruit volgt dat [medeverdachte 1] die avond gedurende 1 uur en 20 minuten in Aalsmeer is geweest, terwijl de verdachte, [betrokkene 3] en [medeverdachte 2] in die tijd 1 uur en 10 minuten in Aalsmeer waren.
Het hof gaat ervan uit dat op de avond voorafgaande aan de liquidatie [verdachte] , [betrokkene 3] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] bij [betrokkene 1] thuis zijn geweest en sluit niet uit dat ook [betrokkene 2] hierbij aanwezig is geweest, aangezien [verdachte] c.s. in de Bora op de heenweg via Amsterdam Noord zijn gereden.
4. Bespreking verweren en conclusie
4.1 De betrouwbaarheid van de verklaring van [medeverdachte 2]
De verdediging heeft betoogd dat de verklaring van [medeverdachte 2] van het bewijs dient te worden uitgesloten, met name het deel van zijn verklaring waarin [medeverdachte 2] stelt dat hij op initiatief van de verdachte de bij de schietpartij betrokken voertuigen in Rotterdam heeft opgehaald en hij van de verdachte tijdens de rit in Amsterdam Noord op 8 oktober 2016 een prepaid telefoon heeft gekregen waarop hij zou worden gecontact.
Het hof is van oordeel dat de verklaring van [medeverdachte 2] op voornoemde onderdelen als betrouwbaar kan worden aangemerkt. In dit verband wordt allereerst overwogen dat [medeverdachte 2] met zijn verklaring ook zichzelf belast; het betreft niet slechts een vingerwijzing naar de verdachte.
Met betrekking tot het ophalen van de Caddy en de Seat in juni 2016 geldt bovendien dat ook [betrokkene 3] heeft verklaard dat de verdachte met het initiatief daarvoor kwam; aldus is sprake van steunbewijs. De stelling van de verdediging dat [betrokkene 3] als getuige ter zitting van het hof in hoger beroep zich feitelijk niets meer kon herinneren wordt terzijde geschoven, omdat [betrokkene 3] wel heeft verklaard dat hij bleef bij de verklaringen die hij eerder hierover bij de politie had afgelegd.
Wat betreft het overhandigen van de prepaid telefoon waarop [medeverdachte 2] zou worden gecontact, overweegt het hof als volgt. Vaststaat dat de PP1 om 15:12 uur is geactiveerd in Amsterdam Noord, tijdens de rit van [medeverdachte 2] bij [verdachte] in de Bora en dat de PP2 en de PP3 onder bereik van dezelfde zendmast om 15:17 uur tegelijkertijd zijn geactiveerd. De schutters gebruikten de PP2 en [betrokkene 1] heeft uiteindelijk de PP3 gebruikt. Op grond van de vastgestelde reisbewegingen van de Bora die daarop zijn gevolgd, staat vast dat de verdachte in de Bora vanuit Amsterdam Noord via de Coentunnel naar Amsterdam West is gereden (de Bora reed in de Coentunnel op enkele minuten afstand van de Caddy met daarin [medeverdachte 2] en de schutters) en dat de verdachte daarna naar Aalsmeer is gereden. De verdachte en [betrokkene 1] vertrokken vrijwel gelijktijdig uit Aalsmeer. [betrokkene 1] is naar Hoofddorp gereden, waar hij later die middag de PP3 heeft gebruikt. Het hof gaat ervan uit dat de verdachte de PP3 naar zijn broer [betrokkene 1] heeft gebracht.
Uit de vrijwel gelijktijdige activatie van PP2 en PP3 en het feit dat de verdachte de PP3 naar Aalsmeer heeft gebracht volgt dat hij in Amsterdam Noord in de directe nabijheid van de schutters is geweest; hij heeft zelfs enkele minuten via de PP3 gecommuniceerd met de PP2 en hij is nagenoeg tegelijkertijd van daaruit met de Caddy door de Coentunnel gereden. Verder volgt hieruit dat [medeverdachte 2] aanwezig was bij het activeren van de drie prepaids.
Uit het voorgaande volgt eveneens dat de verdachte, die als enige ander met [medeverdachte 2] in de Bora zat toen de PP1 werd geactiveerd, deze aan [medeverdachte 2] moet hebben overhandigd en daarbij instructies heeft gegeven. Niet gesteld noch anderszins is gebleken dat iemand anders dat op dat moment heeft gedaan. Uit het dossier kan evenmin worden afgeleid dat of wanneer iemand anders dan [verdachte] de sleutels van de Caddy aan [medeverdachte 2] heeft overhandigd. In het licht van bovenomschreven gebeurtenissen acht het hof ook dit deel van [medeverdachte 2] verklaring betrouwbaar.
De verweren van de raadsman van de verdachte op deze punten worden dan ook verworpen.
4.2 Medeplegen
De vraag of sprake is geweest van een zo nauwe en bewuste samenwerking dat van medeplegen gesproken kan worden, vergt een beoordeling van de concrete omstandigheden van het geval. De kwalificatie medeplegen is slechts gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde intellectuele en/of materiele bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht is geweest. Voor een bewezenverklaring van medeplegen is niet vereist dat het gewicht van de bijdrage van de verdachte gelijkwaardig is aan dat van zijn mededaders.
Het hof is van oordeel dat alle handelingen van [verdachte] in zijn geheel en in onderling verband en samenhang met de uit het dossier naar voren komende personen en gebeurtenissen dienen te worden bezien, in plaats van (zoals de raadsman kennelijk voorstaat) handelingen af te splitsen en geïsoleerd te bekijken.
Uit de hiervoor weergegeven redengevende feiten en omstandigheden volgt het volgende.
De verdachte had in juni 2016 een initiërende en sturende rol bij het ophalen van de gestolen Caddy en Seat, die vier maanden later bij de moordaanslag zijn gebruikt.
Het hof gaat ervan uit dat [betrokkene 1] , als degene die de moordopdracht op [betrokkene 5] heeft aangenomen en daartoe de nodige voorbereidingen diende te treffen, aan de verdachte heeft gevraagd de gestolen auto’s op te halen en te brengen naar een onopvallende plek om deze te stallen. [verdachte] heeft zijn vrienden [betrokkene 3] en [medeverdachte 2] ingeschakeld om dit samen met hem uit te voeren.
De verdachte onderhield regelmatig contact met [medeverdachte 2] en heeft hem in de week voorafgaand aan de moordaanslag bijna voortdurend vergezeld. [medeverdachte 2] heeft in die periode een groot aantal nachten bij hem in Beverwijk gelogeerd en zij waren vaak gezamenlijk op pad in de Bora.
Op de momenten waarop [medeverdachte 2] in de Seat of Caddy moest rijden, leverde de verdachte [medeverdachte 2] af op de daarvoor geschikte plaats. Het kan niet anders dan dat hij hierover intensief overleg heeft gevoerd met iemand die zich met de organisatie van de aanslag bezighield, zoals zijn broer [betrokkene 1] .
De verdachte heeft in de nacht van 6 op 7 oktober 2016 niet alleen [medeverdachte 2] vergezeld naar Alkmaar waar de Seat werd opgehaald, maar hij is daarna ook naar de ontmoetingsplaats in Hoofddorp gereden, waar de Seat eveneens naartoe kwam. De verdachte was daar tevens aanwezig toen [medeverdachte 2] met [betrokkene 1] midden in de nacht terugkwam van het koudzetten van de Seat op de PD2. Het hof gaat ervan uit dat de verdachte die nacht [medeverdachte 1] daar ook heeft ontmoet, [medeverdachte 1] was daar immers geruime tijd aanwezig en verliet Hoofddorp nagenoeg tegelijkertijd met de andere betrokkenen. De verdachte heeft [medeverdachte 2] daarna opnieuw mee naar zijn woning genomen.
De verdachte heeft ervoor gezorgd dat [medeverdachte 2] ook op een ander vitaal moment, op 8 oktober 2016, op het juiste moment en de juiste plek aanwezig was om in de Caddy te stappen. Hij heeft [medeverdachte 2] de autosleutels gegeven en de PP1, met als instructie aan [medeverdachte 2] dat hij daarop gecontact zou worden.
De verdachte was er eveneens bij aanwezig toen even later de PP2 en PP3 tegelijkertijd werden geactiveerd. Het hof gaat ervan uit dat hij de schutters toen moet hebben gezien.
Hierna is contact geweest tussen de PP2 en PP3. Het hof acht aannemelijk dat de gebruikers van deze telefoons zich toen niet meer bij elkaar bevonden en dat de verdachte degene is geweest die met de PP3 tot 15:22 uur contact heeft gehad met de PP2, omdat hij na het uitééngaan in Amsterdam Noord de PP3 naar [betrokkene 1] in Aalsmeer heeft gebracht, terwijl de schutters de PP2 meenamen in de door [medeverdachte 2] bestuurde Caddy. Op grond van het voorgaande concludeert het hof dat de verdachte op de middag van 8 oktober 2016 niet alleen contact heeft gehad met [medeverdachte 2] maar ook met de schutters.
Uit de redengevende feiten en omstandigheden volgt dat medeverdachte [medeverdachte 2] een significante rol heeft gespeeld in het samenwerkingsverband rondom de moordaanslag, waaronder het besturen van gestolen voertuigen; het gebruik van prepaid toestellen; het directe contact met [betrokkene 1] op vitale momenten zoals het koudzetten van de Seat op de PD2 en met de schutter [betrokkene 2] , wiens instructies hij heeft opgevolgd en de ontmoetingen met de medeverdachten in de periode kort voor 8 oktober 2016 en gaat ervan uit dat de verdachte ervoor moest zorgen dat [medeverdachte 2] op de gewenste momenten op de juiste plaats was. De verdachte heeft aldus [medeverdachte 2] onder zijn hoede genomen en kon op deze wijze ook controleren of [medeverdachte 2] zijn taken wel uitvoerde. Op de momenten die [medeverdachte 2] elders doorbracht, was de verdachte degene die hem daar (of op een station) bracht en ophaalde.
De verdachte heeft vanaf juni 2016 contact gehad met alle medeverdachten die een substantiële rol hebben gespeeld bij de moordaanslag op 8 oktober 2016. Zo had hij contact met zijn broer [betrokkene 1] , die de leiding had bij het uitvoeren van de moordaanslag en met [betrokkene 2] , van wie vaststaat dat hij als één van de schutters is opgetreden.
Uit de hiervoor weergegeven redengevende feiten en omstandigheden blijkt ook dat de verdachte aanwezig was tijdens een aantal ontmoetingen waarbij een groot aantal bij de aanslag betrokken personen aanwezig waren. Op de avond voor de moordaanslag hebben de verdachte, [betrokkene 3] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] , (en waarschijnlijk [betrokkene 2] ) en [betrokkene 1] een ontmoeting in Aalsmeer gehad die ruim een uur duurde. Het ligt voor de hand dat de aanwezigen toen hebben gesproken over de op handen zijnde moordaanslag. Op de middag van de moordaanslag heeft de verdachte contact gehad met de schutters; hij heeft hen gezien; in hun aanwezigheid zijn de PP2 en de PP3 geactiveerd en hij heeft daarna korte tijd via de PP3 contact met de schutters gehad.
De raadsman van de verdachte heeft nog aangevoerd dat de bezoeken van [verdachte] met de Bora aan Aalsmeer en Hoofddorp in zijn sociale leven passen. Het hof verwerpt deze algemene stelling, zonder nadere toelichting, die ontbreekt, op grond van bovengenoemde vastgestelde gedragingen van de verdachte in het kader van de moordaanslag.
Dit voert het hof tot de slotsom dat de verdachte geruime tijd deel uitmaakte van het samenwerkingsverband met de medeverdachten om de moordaanslag te plegen; hij was immers vanaf juni 2016 tot na de aanslag actief hierbij betrokken. Het hof is van oordeel dat uit het geheel van relevante handelingen van de verdachte in onderling verband en samenhang bezien met de andere bewijsmiddelen volgt dat hij een voorwaarden scheppende rol heeft gehad in het samenwerkingsverband rondom de moordaanslag. Het gewicht dat aan de handelingen van de verdachte wordt toegekend compenseert in ruime mate de omstandigheid dat hij niet bij de moordaanslag op de PD1 aanwezig was. De bijdrage aan het delict van [verdachte] is voldoende significant en wezenlijk en aldus van voldoende gewicht geweest om hem als medepleger aan te merken. Als gezegd, is voor een bewezenverklaring van medeplegen niet vereist dat het gewicht van de bijdrage van de verdachte gelijkwaardig is aan dat van zijn mededaders.
Het hof acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte tezamen en in vereniging de moord op [slachtoffer] en de pogingen tot moord op [benadeelde 4] en hun dochtertje [benadeelde 3] heeft gepleegd.
Het voorgaande voert tot de slotsom dat het hof de verweren van de raadsman heeft verworpen.
4.3 Voorbedachte raad
Het hof acht op grond van alle genoemde voorbereidende handelingen gedurende een aanmerkelijke periode, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat sprake was van voorbedachte raad en dus van moord: er was een vooropgezet plan om iemand te doden, dat al bestond vanaf mei 2016, toen de opdracht daarvoor per PGP aan [betrokkene 1] is verstrekt.
Uit de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden volgt dat [betrokkene 1] kan worden aangemerkt als aannemer van de moordopdracht en organisator van de uitvoering daarvan door anderen in te schakelen; het organiseren van benodigde voertuigen en de opslag daarvan en alsmede van te gebruiken apparatuur. [betrokkene 1] heeft de schutters benaderd, had contact met [betrokkene 4] , waar de gestolen voertuigen moesten worden gestald en met zijn broer [verdachte] , die op zijn beurt de medeverdachten [medeverdachte 2] en [betrokkene 3] heeft ingeschakeld. Dat [slachtoffer] in plaats van het beoogde slachtoffer [betrokkene 5] hiervan de dupe is geworden doet niet af aan de bewezenverklaring van moord.
Het hof is van oordeel dat de verdachte niet alleen opzet heeft gehad op het medeplegen van de moord maar eveneens voorwaardelijk opzet op de pogingen moord op de twee andere inzittenden van de Mini Cooper. De Mini Cooper is gericht, vanaf korte afstand veelvuldig met semi automatische vuurwapens beschoten. De verdachte en zijn mededaders hebben de geenszins als denkbeeldig aan te merken kans, dat één of meer andere inzittenden door de kogelregen geraakt zouden worden, op de koop toegenomen en dit ook aanvaard.
4.3 Opzetheling
Uit hetgeen hiervoor is overwogen, in het bijzonder de significante rol die de verdachte op cruciale momenten bij de moordaanslag heeft gehad, kan het niet anders zijn dan dat hij wist dat ter uitvoering van dit plan daartoe geschikte, van diefstal afkomstige en dus niet eenvoudig naar de verdachten te herleiden auto’s moesten worden gebruikt.
Bij de verdachte moet derhalve ten tijde van het voorhanden krijgen van die voertuigen op 15 respectievelijk 29 juni 2016, wetenschap hebben bestaan dat deze van misdrijf afkomstig waren.
Dit leidt tot de slotsom dat de verweren van de verdediging worden verworpen.”
III. Het eerste namens de verdachte voorgestelde middel en de bespreking daarvan
Het middel
10 Het middel behelst de klacht dat de onder 3 bewezenverklaarde opzetheling van een Volkswagen Caddy en een Seat Leon niet uit de gebezigde bewijsvoering kan worden afgeleid, althans deze bewezenverklaring niet zonder meer begrijpelijk is, nu uit de door het hof gebezigde bewijsvoering niet (zonder meer) blijkt dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de voertuigen op 15 respectievelijk 29 juni 2016 wist dat deze voertuigen van misdrijf afkomstig waren.
Het juridisch kader
11 Bij de beoordeling van het middel kan het volgende worden vooropgesteld. Art. 416, eerste lid aanhef en onder a, Sr bepaalt (onder meer) dat hij die een goed voorhanden heeft terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen daarvan wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof, zich schuldig maakt aan opzetheling. Onder dit weten is mede begrepen de bewuste aanvaarding van de aanmerkelijke kans dat het goed door misdrijf is verkregen. In een eerdere conclusie merkte ik op dat uit (onder andere) HR 15 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:711, NJ 2019/175, m.nt. Wolswijk valt af te leiden dat de aan het bewijs van deze wetenschap te stellen eisen niet te zwaar worden aangezet.
12 Voor een bewezenverklaring van opzetheling is voorts vereist dat is vastgesteld dat de verdachte de hiervoor bedoelde wetenschap had “ten tijde van het voorhanden krijgen” van het door misdrijf verkregen goed. In vier uitspraken van 29 januari 2019 heeft de Hoge Raad de te stellen eisen aan het bewijs van deze wetenschap van de verdachte nader voor het voetlicht gebracht. In HR 29 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:97, NJ 2019/310, m.nt. Rozemond stelt de Hoge Raad (in rov. 2.5.3) voorop dat uit de wetsgeschiedenis van art. 416, eerste lid, Sr volgt dat de wetgever met het opnemen van het bestanddeel “ten tijde van” onder meer het verwerven of voorhanden krijgen van het goed heeft willen bewerkstelligen dat in het geval dat iemand eerst na het verwerven of voorhanden krijgen wetenschap heeft verkregen van de herkomst uit misdrijf, hij niet strafbaar is ter zake van opzetheling. Bij de bewijsvoering ter zake van wetenschap van de herkomst uit misdrijf “ten tijde van” onder meer het voorhanden krijgen van een goed mag, aldus nog altijd de Hoge Raad in voormeld arrest uit 2019 (rov. 2.5.4), de rechter betrekken dat aanwijzingen ontbreken dat de wetenschap van de herkomst uit misdrijf eerst is ontstaan na het voorhanden krijgen van het goed.
Beoordeling van het middel
13 In de onderhavige zaak heeft het hof onder het tussenkopje “4.3 Opzetheling” overwogen dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte wist dat ter uitvoering van het plan om de moordaanslag te plegen daartoe geschikte, van diefstal afkomstige en dus niet eenvoudig naar de verdachten te herleiden auto’s moesten worden gebruikt en dat derhalve bij de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van die voertuigen – de bedoelde Volkswagen Caddy (hierna: de Caddy) en Seat Leon (hierna: de Seat) – op 15 respectievelijk 29 juni 2016 wetenschap moet hebben bestaan dat deze voertuigen van misdrijf afkomstig waren. Daarbij acht het hof in het bijzonder van belang de significante rol die de verdachte op cruciale momenten bij de moordaanslag heeft vervuld.
14 Ten aanzien van de opzetheling van de Caddy heeft het hof, voor zover van belang voor het bewijs van opzetheling en de betrokkenheid van de verdachte daarbij, het volgende overwogen. De gestolen Caddy is op 14 of 15 juni 2016 in Rotterdam opgehaald en voorzien van de gestolen kentekenplaten naar Alkmaar gebracht. Hierbij was onder meer de verdachte betrokken. Het was ook de verdachte die daartoe het initiatief had genomen. De verdachte heeft medeverdachte [betrokkene 3] opgehaald in de uitsluitend door hen bestuurde Bora en samen hebben zij medeverdachte [medeverdachte 2] in zijn woonplaats [plaats] opgehaald. In Rotterdam is [medeverdachte 2] in de gestolen Caddy gestapt en heeft hij deze naar Alkmaar gereden. [betrokkene 3] en de verdachte reden in de Bora voor [medeverdachte 2] uit naar Alkmaar. De verdachte kende de route naar Alkmaar en heeft daar gesproken met medeverdachte [betrokkene 4] . Het drietal heeft de Caddy vervolgens in Alkmaar achtergelaten. [betrokkene 3] en de verdachte hebben met de Bora [medeverdachte 2] naar Den Haag gebracht en zijn via Aalsmeer naar Hoofddorp gereden. [betrokkene 3] was die dag de bestuurder van de Bora.
15 Met betrekking tot het bewijs van opzetheling van de Seat en de rol van de verdachte daarbij heeft het hof in dezelfde lijn overwogen. Het hof heeft vastgesteld dat de Seat in de periode van 20-21 juni 2016 in Rotterdam is gestolen en nadien is voorzien van duplicaat kentekenplaten. De gestolen Seat is op 28 juni 2016 in Rotterdam opgehaald door de verdachte, [betrokkene 3] en [medeverdachte 2] . Wederom kwam het initiatief daartoe van de verdachte. [medeverdachte 2] bestuurde de Seat en reed daarbij enkele minuten achter de Bora aan naar Amsterdam Noord. Volgens [betrokkene 3] wist [medeverdachte 2] niet hoe hij moest rijden en reed [betrokkene 3] met de verdachte in de Bora vóór hem uit om de weg te wijzen. Daarna reed de Bora door naar Aalsmeer.
16 De significante rol die de verdachte op cruciale momenten bij de moordaanslag heeft gehad, waar het hof op doelt, bestaat, zo maak ik op uit ’s hofs bewijsoverwegingen in het bestreden arrest en de voor het bewijs gebruikte bewijsmiddelen, met name uit de initiërende rol die de verdachte blijkens de gebezigde bewijsmiddelen heeft gespeeld bij het ophalen en verplaatsen van de auto’s, het verplaatsen van de Seat op de dag dat deze ‘koud gezet’ werd in Amsterdam, het aanwezig zijn bij verschillende ontmoetingen waarbij een groot aantal bij de aanslag betrokken personen aanwezig waren, het onder zijn hoede nemen van [medeverdachte 2] en het contact dat de verdachte heeft gehad met de schutters. Op de rol die de verdachte volgens de bevindingen van het hof bij de moordaanslag heeft gespeeld, ga ik nader in wanneer ik het tweede middel bespreek (zie randnummer 20 e.v.).
17 Voorts wijs ik in verband met het voorgaande op de inhoud van de volgende gedeelten van de bewijsmiddelen 64, 70 en 71:
“64. Een proces-verbaal van bevindingen betreffende opgevraagde gegevens van telefoon en kentekens versie 6 juni 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar T-450 (onderzoek Mortel, rubriek 5 algemene bevindingen map 1, doorgenummerde pagina’s 0354-0365, 0370-0371, 0373-0377, 0379-0380, 0382-0383, 0391 - 0402).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:
[…]
Ophalen Volkswagen Caddy, met als betrokkenen [verdachte] , [betrokkene 3] en [medeverdachte 2]
Op 15 juni 2016, omstreeks 03:00 uur, werd op de Hoge Morsweg te Leiden een Volkswagen Caddy, voorzien van het kenteken [kenteken 9], gestolen.
Daarnaast zijn in de periode tussen 14 juni 2016 18:50 uur en 15 juni 2016.05:00 uur, op de Vaarnekamp in Rotterdam de kentekenplaten [kenteken 1] vanaf een Volkswagen Caddy gestolen. Rond de periode van deze diefstallen heeft de verbalisant het volgende bevonden:
Op 15 juni 2016, onderscheidenlijk om 03:06 uur, 03:07 uur en 03:08 uur, is het kenteken [kenteken 9], behorende bij de gestolen Volkswagen Caddy (verder HH106B te noemen) geregistreerd door een ARS camera op de locatie N206 te Leiden. Dit betreft de route vanaf de locatie van diefstal naar de A4.
Om 12:36 uur is de Volkswagen Bora (verder Bora te noemen), geregistreerd door een ARS camera op de locatie A22 te Beverwijk. Om 12:36 uur wordt het telefoonnummer [telefoonnummer 12] , in gebruik bij [verdachte] , gebeld door de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 13] , in gebruik bij [betrokkene 1] . Dit gesprek duurt 25 seconden. De telefoon van [verdachte] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres [m-straat 1] te [plaats] . Deze Cell-ID bevindt zich in de directe nabijheid van het verblijfadres van [verdachte] , de [c-straat 1] te [plaats] . De telefoon van [betrokkene 1] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres [n-straat 1] te [plaats] . Deze Cell-ID bevindt zich in de nabijheid van de verblijfplaats van [betrokkene 1] .
Om 13:41 uur wordt de telefoon van [betrokkene 3] gebruikt voor internet verkeer (GPRS_WAP). De telefoon van [betrokkene 3] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres Jean Monnetstraat te Heemskerk. Deze Cell-ID bevindt zich in de nabijheid van de route die met de Bora is afgelegd.
Tussen 13:51 uur en 13:56 uur wordt de Bora geregistreerd door ARS camera’s, achtereenvolgens op de locaties N8 te Krommenie, N246 / A8 te Assendelft en de A8 te Assendelft. Om 14:04 uur wordt de Bora geregistreerd door een ARS camera op de locatie Nieuwe Leeuwarderweg te Amsterdam.
Om 14:18 uur wordt met het telefoonnummer [telefoonnummer 7] , in gebruik bij [betrokkene 3] (verder [betrokkene 3] te noemen), gebeld naar [betrokkene 1] . Dit betreft een gesprek van 13 seconden. Tijdens dit gesprek maakte de telefoon van [betrokkene 3] gebruik van de Cell-ID op het adres Statenjachtstraat 180 in Amsterdam. Deze locatie bevindt zich in de buurt van genoemde ARS camera. De telefoon van [betrokkene 1] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres Hoofdweg 495 te Amsterdam.
Om 15:34 uur wordt [verdachte] gebeld door de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 14] , op naam van [betrokkene 19] . Dit gesprek duurt 515 seconden. De telefoon van [verdachte] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres Kerkstraat 59 te Hoogmade. Deze Cell-ID bevindt zich in de nabijheid van de Rijksweg A4 richting Den Haag.
Om 15:47 uur wordt de Bora op de camera van ARS op de N44 te Den Haag geregistreerd. Om 16:11 uur belt [betrokkene 3] naar het telefoonnummer [telefoonnummer 1] , in gebruik bij verdachte [medeverdachte 2] en verder [medeverdachte 2] te noemen. Dit gesprek duurt 23 seconden. De telefoon van [betrokkene 3] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres Natalstraat 20 te Den Haag. De telefoon van [medeverdachte 2] maakt dan gebruik van de Cell-ID aan de [o-straat] te [plaats] . Deze Cell-ID bevindt zich in de directe nabijheid van de woning van [medeverdachte 2] , aan de [a-straat 1] te [plaats] .
Om 16:52 uur wordt [verdachte] gebeld door de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 15] , op naam van zijn vriendin [betrokkene 8] . Dit gesprek duurt 129 seconden. De telefoon van [verdachte] maakt dan eveneens gebruik van de Cell-ID op het adres [o-straat] in [plaats] .
Tussen 19:43 uur en 23:29 uur wordt [medeverdachte 2] tien maal gebeld door het telefoonnummer in gebruik bij zijn vriendin [betrokkene 7] . Al deze oproepen worden meteen doorgeschakeld naar de voicemail centrale en tevens zijn geen Cell-ID's zichtbaar. Kennelijk heeft [medeverdachte 2] zijn telefoon in deze periode uitgezet.
Pas op 16 juni 2016, om 14:11 uur, heeft [medeverdachte 2] een inkomend gesprek van 109 seconden en zijn telefoon maakt dan weer gebruik van de Cell-ID op het adres Herman Costerstraat 10 te Den Haag.
Om 17:47 uur wordt de Bora geregistreerd door de ARS camera op de N211 / N464 in Wateringen. Om 17:50 uur wordt [betrokkene 3] gebeld door de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 16] , op naam van [betrokkene 20] . Dit gesprek duurt 127 seconden. De telefoon van [betrokkene 3] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres Klopperman 1 te Wateringen. Deze Cell-ID bevindt zich in de nabijheid van de N211 en de A4.
Om 19:12 uur belt [betrokkene 3] met de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 17] , op naam van [betrokkene 21] , Watergeusstraat 182 te Rotterdam. Dit gesprek duurt 27 seconden. De telefoon van [betrokkene 3] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres Heiman Dullaertplein 3 te Rotterdam.
Om 19:55 uur belt [betrokkene 3] met de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 18] , op naam van [B] NV, [p-straat 1] te [plaats] . Dit gesprek duurt 69 seconden. De telefoon van [betrokkene 3] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres Keileweg 18 in Rotterdam. Om 19:56 uur maakt [betrokkene 3] gebruik van internet waarbij eveneens gebruik wordt gemaakt van de Cell-ID op het adres Keileweg 18 te Rotterdam. Om 20:07 uur maakt de telefoon van [betrokkene 3] tijdens een internetsessie achtereenvolgens gebruik van de Cell-ID's op de adressen Puntegaalstraat 5 en Sint Janshaven 1 te Rotterdam.
Om 20:09 uur maakt de telefoon van [betrokkene 3] tijdens een internetsessie gebruik van de Cell-ID op het adres Zuidplein 206 te Rotterdam. Hieruit blijkt dat [betrokkene 3] tussen 19:12 uur en 20:09 uur in Rotterdam was.
Om 20:55 uur ontvangt [betrokkene 1] een sms bericht van de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 19] , op naam van [betrokkene 22] . De telefoon van [betrokkene 1] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres IJdoornlaan te Amsterdam. Om 21:21 uur wordt het kenteken [kenteken 1] , (verder de Caddy te noemen), geregistreerd door de camera van Vialis op de locatie Vaanweg te Rotterdam. Om 21:29 uur wordt de Caddy geregistreerd door een ANPR camera op de locatie A4, Benelux tunnel te Rotterdam.
Om 21.30 uur maakt de telefoon van [betrokkene 3] tijdens een internetsessie gebruik van de Cell-ID op het adres Burgemeester A. van Walsumlaan 391 te Vlaardingen, nabij de A4 te Vlaardingen.
Om 21:31 uur maakt de telefoon van [betrokkene 3] tijdens een internetsessie gebruik van de Cell-ID op het adres Korpershoek 3 te Schipluiden. Ook deze Cell-ID bevindt zich nabij de A4. Om 21:53 uur ontvangt [betrokkene 1] een sms bericht van de voicemail centrale. Zijn telefoon maakt dan nog gebruik van de Cell-ID op het adres IJdoornlaan te Amsterdam. Om 21:55 uur wordt de Caddy opnieuw geregistreerd door een ANPR camera op de locatie A4 links, hectometerpaal 21.9 te Nieuwe-Wetering.
Om 22:09 uur maakt de telefoon van [betrokkene 3] tijdens een internetsessie gebruik van de Cell-ID op het adres Coenhavenweg 22, nabij de AIO te Amsterdam.
Om 22:18 uur wordt [betrokkene 1] gebeld door de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 20] , op naam van zijn vriendin [betrokkene 12] . [betrokkene 1] beantwoordt de oproep niet en wordt meteen doorgeschakeld naar de voicemail. Tevens is geen Cell-ID bekend. Kennelijk heeft [betrokkene 1] zijn telefoon uit gezet.
Om 22:42 uur wordt de Caddy geregistreerd door de Vialis camera op de afrit Nieuwe Leeuwarderweg naar AIO Noord te Amsterdam. Om 22:53 uur worden zowel de Caddy als de Bora geregistreerd door de ARS camera op de N203 in Wormerveer. Om 22:55 uur wordt de Caddy geregistreerd op de locatie N8 Wormerveer.
Om 22:57 uur worden wederom de Caddy en de Bora geregistreerd op de locatie N8 Krommenie en om 22:59 uur worden de Caddy en de Bora geregistreerd op de locatie N205 / A9 in Uitgeest.
Hieruit blijkt dat de Caddy en de Bora gezamenlijk vanaf de N203 naar de oprit van de A9 rijden, in de richting van Alkmaar. Om 23:00 uur wordt de Bora geregistreerd door een ARS camera van op de A9 te Uitgeest, gaande in de richting van Alkmaar.
Om 23:54 uur wordt [betrokkene 1] gebeld door zijn vriendin en ook dan staat zijn telefoon uit.
Om 23:27 uur wordt de Bora geregistreerd door ARS camera’s op de locaties N9 / A9 te Alkmaar en op de A9 te Alkmaar richting Beverwijk. Om 23:37 uur maakt de telefoon van [betrokkene 3] tijdens een internetsessie gebruik van de Cell-ID op het adres Gaasterland 2 te Beverwijk. Deze Cell-ID bevindt zich nabij de A9. Om 23:38 uur maakt de telefoon van [betrokkene 3] tijdens een internetsessie gebruik van de Cell-ID op het adres Meubelmakerstraat 27 te Velserbroek, nabij de A9. Om 23:54 uur maakt de telefoon van [betrokkene 3] tijdens een internetsessie gebruik van de Cell-ID op het adres Floraweg 1 te Roelofarendsveen, nabij de A4. Op 16 juni 2016, om 00:04 uur wordt de Bora geregistreerd op de locatie A4 in de richting van Den Haag.
Om 00:40 uur maakt de telefoon van [betrokkene 3] tijdens een internetsessie gebruik van de Cell-ID op het adres A4 ter hoogte van de Kniplaan Leidschendam. Deze Cell-ID bevindt zich nabij de A4.
Om 00:45 uur wordt [verdachte] gebeld door zijn vriendin [betrokkene 8] met het telefoonnummer [telefoonnummer 15] . Dit gesprek duurt 73 seconden. De telefoon van [verdachte] maakt dan gebruik van de Cell-ID op de locatie Bospolder te Leiderdorp, nabij de A4. Om 00:57 uur wordt de Bora door een ARS camera geregistreerd op de N196 van Hoofddorp naar Aalsmeer. Dit betreft een route in de richting van de woning van [betrokkene 1] .
Om 01:24 uur, 01:25 uur en 01:27 uur wordt de Bora door ARS camera’s geregistreerd op de N196 van Aalsmeer naar Hoofddorp. Om 01:28 uur wordt de Bora door een ARS camera geregistreerd op de N201 ter hoogte van de Van Heuven Goedhartlaan te Hoofddorp. Om 01:34 uur maakt de telefoon van [betrokkene 3] tijdens een internetsessie gebruik van de Cell-ID op het adres Antareslaan 1 te Hoofddorp, in de nabijheid van de NI96 en de N201.
[…]
Verplaatsing Seat Leon
Op 13 juli 2016 om 00:22 uur belt [betrokkene 3] 344 seconden met [verdachte] . De telefoon van [betrokkene 3] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres [q-straat 1] te [plaats] , in de nabijheid van zijn woning aan de [j-straat] te [plaats] .
De telefoon van [verdachte] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres [r-straat 1] te [plaats] , die in de nabijheid staat van het verblijfadres van [verdachte] te [plaats] . Tussen 02:10 uur en 02:32 uur, wordt de Leon door ViaIis en ARS camera’s geregistreerd op de onderscheidenlijke locaties: afrit Nieuwe Leeuwarderweg in de richting van de AIO Amsterdam, N8 / A8 Assendelft, N246 Wormerveer, N246 Marken-Binnen, N244 / N246 West-Graftdijk, N244 Akersloot, N244 Alkmaar en N242 Alkmaar.
Om 04:04 uur heeft [betrokkene 4] een internetsessie waarbij zijn telefoon gebruik maakt van de Cell-ID op het adres [s-straat 1] te [plaats] , vlakbij zijn woning. Om 04:05 uur belt [betrokkene 4] met zijn vriendin op het telefoonnummer [telefoonnummer 21] . Deze oproep wordt niet beantwoord. De telefoon van [betrokkene 4] maakt dan weer gebruik van de Cell-ID op het adres [s-straat 1] in [plaats] .
Tijdens deze verplaatsingen zijn geen telefoonbewegingen te zien. Voorafgaande aan deze verplaatsing belt [betrokkene 3] om 00:22 uur gedurende 345 seconden met [verdachte] . De telefoon van [betrokkene 3] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres [q-straat 1] te [plaats] . Na de verplaatsing is het eerste belbeweging van [betrokkene 4] als hij om 04:05 uur belt met de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 21] , in gebruik bij zijn vriendin. Dit gesprek duurt 0 seconden en is kennelijk niet tot stand gekomen. De telefoon van [betrokkene 4] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres [s-straat 1] in [plaats] .
Om 11:31 uur belt [medeverdachte 2] 22 seconden met [betrokkene 3] . De telefoon van [medeverdachte 2] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres [u-straat 1] [plaats] . De telefoon van [betrokkene 3] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres [t-straat 1] [plaats] .
Om 12:16 uur wordt [betrokkene 1] gebeld door een onbekende gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 22] . Dit gesprek wordt door [betrokkene 1] niet beantwoord en duurt 0 seconden. Tijdens dit gesprek maakt de telefoon van [betrokkene 1] gebruik van de Cell-ID aan de [t-straat 1] in [plaats] De Cell-ID's [u-straat 1] en [t-straat 1] bevinden zich in elkaars nabijheid. De Cell-1D op het adres [t-straat 1] in [plaats] bevindt zich in de directe nabijheid van het verblijfadres van [betrokkene 1] : de [h-straat 1] te [plaats] .
Plaatsen Seat Leon; betrokkenen [medeverdachte 2] en [verdachte]
Op 6 oktober 2016, om 13:35 uur, wordt de door [betrokkene 1] gehuurde Volkswagen Passat, voorzien van het kenteken [kenteken 8] (verder Passat te noemen), geregistreerd door een ARS camera op de locatie N-196 Aalsmeer, richting Hoofddorp. Om 13:45 uur wordt [betrokkene 1] gebeld door de gebruiker van het telefoonnummer 3 [telefoonnummer 23] . Zijn telefoon maakt dan gebruik van de Cell-1D op het adres Saturnusstraat 30 te Hoofddorp. Tussen 13:49 uur en 14:01 uur heeft de telefoon van zijn vriendin [betrokkene 12] belbewegingen en internetsessies en maakt de telefoon gebruik van de Cell-ID op het adres [t-straat 1] [plaats] , in de nabijheid van haar woning te [plaats] . Om 14:56 uur belt [betrokkene 4] 85 seconden met [betrokkene 1] . De telefoon van [betrokkene 4] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres [v-straat] [plaats] , in de nabijheid van zijn woning. De telefoon van [betrokkene 1] maakt dan gebruik van de Cell-ID aan de [w-straat 1] [plaats] ; in de nabijheid van het GBA adres van [betrokkene 1] , de [w-straat 2] . Deze Cell-ID bevindt zich in de nabijheid van het filiaal van Diks Autoverhuur, aan de Willem de Zwijgerlaan Amsterdam, waar later de Vito wordt gehuurd.
Om 15:53 uur belt [betrokkene 1] gedurende 68 seconden niet [betrokkene 2] . De telefoon van [betrokkene 1] maakt dan nog steeds gebruik van de Cell-ID op het adres [w-straat 1] [plaats] . De telefoon van [betrokkene 2] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres [x-straat 1] in [plaats] , in de nabijheid van zijn woning. Om 16:10 uur belt [betrokkene 1] met [verdachte] . Dit gesprek duurt 0 seconden en wordt kennelijk niet beantwoord. Op de verkeersgegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer 24] is deze oproep niet geregistreerd en lijkt [verdachte] zijn telefoon uit te hebben staan.
Om 16:17 uur vertrekt de door [betrokkene 1] gehuurde Mercedes Vito, met kenteken [kenteken 7] , (nader de Vito te noemen), vanaf de Willem de Zwijgerlaan Amsterdam, waar een filiaal van Diks autoverhuur is gevestigd en waarvan bekend is dat [betrokkene 1] daar auto's huurt.
Om 16:23 uur belt [betrokkene 1] 67 seconden met de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 25] op naam van [betrokkene 23] . De telefoon van [betrokkene 1] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres Hoofdweg 495 Amsterdam, in de nabijheid van de Willem de Zwijgerlaan te Amsterdam.
Om 16:31 uur wordt de Vito geregistreerd door een ARS camera op de A10/Nieuwe Leeuwarderweg te Amsterdam. Om 16:36 uur wordt de Vito geparkeerd op de Motorkade te Amsterdam Noord, ter hoogte van perceel nummer 7. Om 16:40 uur wordt [betrokkene 1] gebeld door [betrokkene 3] . [betrokkene 1] beantwoordt het gesprek niet aangezien het 0 seconden duurt. De telefoon van [betrokkene 1] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres Motorwal 20 te Amsterdam, in de nabijheid van de Motorkade Amsterdam, waar de Vito is geparkeerd. Om 16:43 uur vertrekt de Vito vanaf de Motorkade te Amsterdam. Om 16:45 uur wordt [betrokkene 1] gebeld door de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 19] , op naam van [betrokkene 22] . [betrokkene 1] beantwoordt dit gesprek niet aangezien het gesprek 0 seconden duurt. Zijn telefoon maakt op dat moment gebruik van de Cell-ID op het adres Motorwal 20 Amsterdam.
Om 16:57 uur wordt de Vito geparkeerd op de Zesde Vogelstraat ter hoogte van perceel 60 in Amsterdam. Om 17:08 uur maakt [betrokkene 3] tijdens een internetsessie waarbij zijn telefoon gebruikmaakt van de Cell-ID aan de Hilversumstraat 104 Amsterdam. Om 17:09 uur belt [betrokkene 1] 65 seconden met [verdachte] . De telefoon van [betrokkene 1] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres Motorwal 20 Amsterdam. De telefoon van [verdachte] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres Hilversumstraat 316 Amsterdam.
Om 17:17 uur vertrekt de Vito vanaf de Zesde Vogelstraat Amsterdam om vervolgens om 17:21 uur opnieuw te parkeren op de Motorwal ter hoogte van perceel nummer 7. Om 17:23 uur wordt [betrokkene 1] gedurende 42 seconden gebeld door de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 19] , op naam van [betrokkene 22] . De telefoon van [betrokkene 1] maakt dan weer gebruik van de Cell-ID op het adres Motorwal 20 te Amsterdam.
Om 17:42 uur vertrekt de Vito weer vanaf de Motorwal. Om 17:54 uur komt de Vito aan op de Binnenvaart Amsterdam, in de directe nabijheid van de woning van [betrokkene 2] . Om 18:15 uur vertrekt de Vito vanaf de Binnenvaart en om diezelfde tijd belt [betrokkene 1] 18 seconden met [verdachte] . De telefoon van [betrokkene 1] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres Crabschuytstraat 2 te Amsterdam, in de nabijheid van de Binnenvaart. De telefoon van [verdachte] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres P. Lieftinckweg 6 Zaandam. Om 18:23 uur wordt [verdachte] 81 seconden gebeld door zijn vriendin [betrokkene 8] . Zijn telefoon maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres Grondzeiler 1 te Amsterdam. Om 18:35 uur rijdt de Vito op de A5 in Amsterdam in de richting van de A9.
Om 18:45 uur heeft [betrokkene 3] een internetsessie en maakt zijn telefoon gebruik van de Cell-ID op het adres Crabschuytstraat 2 Amsterdam. Diezelfde tijd wordt [betrokkene 1] gedurende 117 seconden gebeld door de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 26] , op naam van [betrokkene 24] . De telefoon van [betrokkene 1] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres Aalsmeerderweg 543 te Rozenburg. Om 18:48 uur wordt de Vito geregistreerd door een ARS camera op de NI96 in Aalsmeer in de richting van Aalsmeer. Om 18:51 uur wordt de Vito geparkeerd op de parkeerplaats aan de Azaleastraat Aalsmeer, wat in de directe nabijheid is van het verblijfadres van [betrokkene 1] . Om 19:07 uur wordt [betrokkene 1] 20 seconden gebeld door de gebruiker van het telefoonnummer 3 [telefoonnummer 27] , op naam van [betrokkene 22] . De telefoon van [betrokkene 1] maakt dan gebruik van de Cell-lD op het adres [t-straat 1] in Aalsmeer.
Om 19:36 uur belt [verdachte] 58 seconden met [medeverdachte 2] . De telefoon van [verdachte] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres Venneperweg 144 te Nieuw-Vennep. Om 19:39 uur wordt [verdachte] 154 seconden gebeld door zijn vriendin met het telefoonnummer [telefoonnummer 28] . De telefoon van [verdachte] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres Regenboogweg 35 Nieuwe-Wetering, in de nabijheid van de A4.
Om 19:47 uur wordt de Bora geregistreerd door een ARS camera op de N206/ A4 Zoeterwoude. Om 19:57 uur belt [verdachte] 119 seconden met [medeverdachte 2] . De telefoon van [verdachte] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres Europaweg 121 te Zoetermeer. De telefoon van [medeverdachte 2] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres De C. Rebecquestraat 55 te Den Haag. Om 20:12 uur belt [verdachte] gedurende 879 seconden met de onbekende gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 29] . De telefoon van [verdachte] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres Hoevenbos 2 Zoetermeer. Om 20:24 uur wordt [medeverdachte 2] 31 seconden gebeld door zijn vriendin met het telefoonnummer [telefoonnummer 30] . De telefoon van [medeverdachte 2] maakt dan eveneens gebruik van de Cell-ID op het adres Hoevenbos 2 Zoetermeer, in de nabijheid van het NS station Zoetermeer.
Om 20:29 uur vertrekt de Vito vanaf de parkeerplaats aan de Azaleastraat in Aalsmeer. Om 20:33 uur wordt de Vito geregistreerd door een ARS camera op de N196 in de richting van Hoofddorp te Aalsmeer.
Om 20:49 uur rijdt de Vito in noordelijke richting op de A9 ter hoogte van Heemskerk en om 20:59 uur wordt de Vito geparkeerd op de [y-straat] in [plaats] ter hoogte van de hoofdingang van het flatgebouw aan de [l-straat] in [plaats] waar de woning van [betrokkene 4] op nummer [001 1] toe behoort.
Dit is ook in de directe nabijheid van de op naam van de vriendin van [betrokkene 4] gehuurde garagebox aan de [z-straat 1] in [plaats] en in de nabijheid van de eveneens op naam van die vriendin gehuurde garagebox op de [v-straat] nummer [002] in [plaats] , waar op 2 december 2016 een gestolen Volkswagen Golf werd aangetroffen.
Rondom de tijdstippen van deze bewegingen van de Vito heeft [betrokkene 1] geen belbewegingen of internetsessies. Om 21:46 uur heeft [betrokkene 4] een internetsessie waarbij zijn telefoon gebruik maakt van de Cell-ID op de [v-straat] te Alkmaar. Om 21:42 uur belt [verdachte] 87 seconden met zijn vriendin. De telefoon van [verdachte] maakt dan gebruik van de Cell-ID op het adres [m-straat 1] te [plaats] .
Om 22:38 uur wordt [verdachte] gebeld door zijn vriendin met het telefoonnummer [telefoonnummer 15] . Dit gesprek wordt doorgeschakeld naar de voicemail centrale. De historische verkeersgegevens geven voor dit gesprek geen Cell-ID, hetgeen erop kan duiden dat de telefoon van [verdachte] op dat moment uitgeschakeld was.
Om 22:41 uur wordt de Bora geregistreerd door een ARS camera van op de N9 in Alkmaar. Om 23.30 uur wordt de Bora geregistreerd op de locatie N9/A9 in Alkmaar. Om 23.31 uur wordt de Leon geregistreerd door een camera op de locatie N9/A9, dat is het knooppunt Kooimeer in Alkmaar. Om 23:32 uur wordt de Leon geregistreerd door de camera op de locatie A9 te Alkmaar, gaande in de richting van Haarlem.
Om 23:33 uur vertrekt de Vito vanaf de parkeerplaats aan de zijde van de [y-straat] in [plaats] . Om 23:36 uur wordt de Vito geregistreerd door een ARS camera op de N242 in Alkmaar, komende vanaf de richting van het knooppunt Kooimeer Alkmaar. Tussen 23:38 uur en 23:50 uur wordt de Vito geregistreerd door diverse ARS camera’s achtereenvolgens op de locaties N244 en N246 in de richting van de A8 Westzaan. Om 23:50 uur wordt de Vito geregistreerd door een ARS camera op de locatie A8 richting Amsterdam te Westzaan.
De Bora, de Leon en de Vito vertrekken allen rond 23:30 uur vanuit Alkmaar.
Om 23:51 uur maakt de telefoon van [betrokkene 3] tijdens een internetsessie gebruik van de Cell-ID [j-straat 2] [plaats] . Op datzelfde tijdstip wordt de Bora geregistreerd door een ARS camera van pp de N208 Velserbroek. Om onderscheidenlijk 23:53 uur, 23:58 uur en 00:00 uur op locaties op de N208 Haarlem.
Om 23:59 uur wordt de Vito geparkeerd op de Binnenvaart ter hoogte van de [i-straat] in [plaats] , nabij de woning van [betrokkene 2] .
Op 7 oktober 2016 om 00:05 uur wordt de Bora door een ARS camera geregistreerd op de N201 Heemstede en om 00:07 uur op de N201 in Cruqius.
Om 00:08 uur vertrekt de Vito vanaf de Binnenvaart en rijdt om 00:28 uur op de N201 ter hoogte van de Waterwolf in de richting van de Hoofdweg in Hoofddorp. Om 00:31 uur wordt de Vito geparkeerd op de parkeerplaats van de [aa-straat] in [plaats] , in de directe nabijheid van de woning van de moeder van [betrokkene 1] en [verdachte] , de [aa-straat 1] .
De tekst gaat verder: De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 28 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:485
- HR 20 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1902
- HR 13 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1861
- Conclusie A-G Hofstee 1 november 2022, ECLI:NL:PHR:2022:1000
- Conclusie A-G Hofstee 1 november 2022, ECLI:NL:PHR:2022:1006
- HR 28 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:958
- HR 24 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:714
- HR 19 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:498
- HR 22 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:409
- Conclusie A-G Spronken 22 februari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:166
- HR 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1947
- HR 2 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1496
- HR 7 september 2021, ECLI:NL:HR:2021:1221
- HR 13 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1127
- HR 6 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1002
- HR 29 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:1024
- HR 1 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:812
- HR 9 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:197
- HR 15 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2012
- HR 8 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1955