HR 24 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:714
Medeplegen diefstal d.m.v. braak, art. 311.1 Sr. 1. Maximale duur van gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr. Betekenis art. 60a Sr i.g.v. samenloop a.b.i. art. 57 en 58 Sr. Kon hof duur van gijzeling op 365 dagen bepalen? 2. Schriftuur benadeelde partij. Afwijzing vordering b.p. m.b.t. immateriële schade. Ad 1. Hof heeft verdachte schadevergoedingsmaatregelen opgelegd, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door respectievelijk 304 en 61 (in totaal 365) dagen gijzeling. O.g.v. art. 36f.5 Sr bepaalt rechter bij oplegging van maatregel de duur volgens welke met toepassing van art. 6:4:20 Sv gijzeling kan worden toegepast. Duur van gijzeling beloopt ten hoogste 1 jaar, waarbij in deze zaak geldt dat onder 1 jaar 360 dagen moet worden verstaan (vgl. HR:2022:498). Redelijke wetsuitleg van art. 60a Sr brengt daarbij met zich dat i.g.v. samenloop a.b.i. art. 57 en 58 Sr, totale duur van gijzeling voor schadevergoedingsmaatregelen het in art. 24c.3 Sr bepaalde maximum van 1 jaar niet mag overschrijden. HR bepaalt, rekening houdend met wettelijk bepaalde maximumduur van in totaal 1 jaar, dat met toepassing van art. 6:4:20 Sv gijzeling van 300 en 60 dagen kan worden toegepast. Ad 2. HR: art. 81.1 RO.
De uitspraak op rechtspraak.nl