Conclusie A-G Hofstee 21 februari 2023, ECLI:NL:PHR:2023:204
Conclusie AG. Verduistering door bewindvoerders. Twee falende middelen over (i) de afwijzing van het verzoek tot het horen van een aantal getuigen (ii) het oordeel van het hof dat sprake is van medeplegen en opzet en (iii) de verwerping van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt. Middel 3 klaagt terecht dat het hof de duur van de gijzeling die is verbonden aan de opgelegde schadevergoedingsmaatregel ten onrechte heeft bepaald op 365 dagen in plaats van het toenmalige maximum van 360 dagen. Middel 4 behelst een slagende klacht over de inzendtermijn. Ook merkt de AG ambtshalve op dat de Hoge Raad uitspraak zal doen nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep, hetgeen zijns inziens eveneens tot strafvermindering moet leiden. De conclusie strekt ertoe de duur van de opgelegde gevangenisstraf te verminderen naar de gebruikelijke maatstaf en de duur van de gijzeling te bepalen op 360 dagen en het beroep voor het overige te verwerpen (art. 81 RO). Samenhang met 20/04381.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 15 november 2022, ECLI:NL:HR:2022:1655
- HR 11 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1407
- HR 24 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:714
- HR 19 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:498
- HR 8 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:805
- HR 1 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:812
- HR 20 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:576
- HR 17 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2638
- HR 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1015
- HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1315
- HR 30 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1771
- HR 24 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:716
- HR 2 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3474
- HR 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1496
- HR 7 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:32
- HR 11 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX3620
- HR 29 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL9110
- HR 9 mei 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV4091
- HR 11 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU9130
- HR 24 oktober 1989, ECLI:NL:HR:1989:ZC8253