HR 9 mei 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV4091
Verduistering; bewijs opzet op wederrechtelijke toe-eigening. In de tenlastelegging is het begrip “zich wederrechtelijk toe-eigenen” gebezigd in de betekenis van art. 321 Sr toekomt. Van zodanig toe-eigenen is sprake indien een persoon zonder daartoe gerechtigd te zijn als heer en meester beschikt over een goed dat aan een ander toebehoort (HR NJ 1990, 256). De gebezigde bewijsmiddelen houden in dat het op naam van een ander dan verdachte gesteld rijbewijs is aangetroffen in een koffer tezamen met een aantal valse dan wel vervalste paspoorten in een zijkamer van de woning waar verdachte verbleef en dat hij op de hoogte was van het feit dat het rijbewijs zich daar bevond. Het hof heeft daaruit kunnen afleiden dat de verdachte zich het rijbewijs opzettelijk wederrechtelijk heeft toegeëigend ex art. 321 Sr.
De uitspraak op rechtspraak.nl