Conclusie A-G Ettema 3 januari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:6
Is ter zake van de levering van een wollenstoffenfabriek omzetbelasting verschuldigd op de grond dat door de verbouwingswerkzaamheden een vervaardigd goed is voortgebracht (zodat de samenloopvrijstelling overdrachtsbelasting van toepassing is)? Deze zaak betreft een fabriekscomplex dat door een derde is gekocht en in vier delen is ontwikkeld. Drie delen van het complex zijn volledig gesloopt en ter plaatse is nieuwbouw verrezen. Aan één deel zijn ingrijpende werkzaamheden uitgevoerd. De Rechtbank heeft het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en een teruggave verleend van de overdrachtsbelasting op de grond dat aan haar een vervaardigd goed is geleverd, welke levering van rechtswege is belast met omzetbelasting. Het Hof heeft daarentegen geoordeeld dat niet een vervaardigd goed is geleverd. A-G Ettema onderzoekt in deze conclusie onder meer of het ‘in wezen nieuwbouw’-criterium, mede in het licht van het arrest Kozuba Premium Selection, geconcretiseerd kan of moet worden. Hoewel zij zich kan voorstellen dat een dergelijke open norm lastig kan zijn voor de praktijk, ziet zij geen noodzaak dan wel mogelijkheden om deze norm te vatten in meer concrete (deel)criteria. De A-G geeft de Hoge Raad in overweging het cassatieberoep van belanghebbende gegrond te verklaren. De omstandigheid dat de draagconstructie van het gebouw ingrijpend is gewijzigd, gevoegd bij de omvangrijke investeringen (van bijna tienmaal de aanschafprijs) en de nieuwe aanwending als retailcentrum, laten volgens de A-G geen andere conclusie toe dan dat ingrepen hebben plaatsgevonden die van zodanige aard zijn dat in wezen nieuwbouw heeft plaatsgevonden en dus sprake is van een vervaardigd goed. Ook speelt in deze zaak de vraag of het geleverde bouwdeel op zich moet worden beschouwd of deel uitmaakt van één geheel (de vier bouwdelen tezamen). Bij deze conclusie behoort een gemeenschappelijke bijlage waarin de A-G de btw-problematiek met betrekking tot die kwestie behandelt.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Conclusie A-G Ettema 31 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:708
- Hof 's-Hertogenbosch 5 maart 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:834
- Hof 's-Hertogenbosch 5 maart 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:839
- Rb. Zeeland-West-Brabant 26 april 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:1927
- Rb. Zeeland-West-Brabant 26 februari 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:774
- HR 5 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1866
- Conclusie A-G Ettema 12 december 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1415
- HR 23 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2137
- Conclusie A-G Ettema 19 november 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2340
- HR 8 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX6640
- HR 8 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ3574
- Conclusie A-G VAN HILTEN 8 maart 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BX6640
- HR 19 november 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM6681
- HR 25 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB3861
- Hof 's-Hertogenbosch 29 januari 2008, ECLI:NL:GHSHE:2008:BC6774
- HR 7 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AE9405
- HvJ EU, ECLI:EU:C:1985:195
- HvJ EU, ECLI:EU:C:1996:139
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2000:304
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2012:461