Hof 's-Hertogenbosch 29 januari 2008, ECLI:NL:GHSHE:2008:BC6774
Naar het oordeel van het hof kan het pand na de onder 2.6 vermelde verbouwing niet worden vereenzelvigd met het pand zoals dat voor deze verbouwing bestond en is derhalve door deze verbouwing een zaak ontstaan welke tevoren niet bestond. Het Hof neemt hierbij in aanmerking dat het pand inwendig wat indeling betreft vrijwel volledig is gewijzigd en dat ook de aanwendingsmogelijkheden van het pand door de verbouwing ingrijpend zijn veranderd, terwijl het pand naar het oordeel van het hof -anders dan belanghebbende stelt- niet op eenvoudige wijze weer geschikt kan worden gemaakt voor gebruik als woon-winkelpand. De omstandigheid dat, naar niet in geschil is, het uiterlijk van het pand door de verbouwing geen ingrijpende wijziging heeft ondergaan kan aan het vorenstaande niet afdoen. Het hof overweegt bij het vorenstaande onder meer dat de klassieke woonfunctie van het pand geheel is verdwenen en dat die functie ook niet te vergelijken is met de functie van een kinderdagverblijf. Blijkens de aan belanghebbende verleende vergunning is immers per dagdeel ruimte voor 40 kindplaatsen. Ook het feit dat het bestemmingsplan wijziging behoefde alvorens het kinderdagverblijf in het pand te kunnen exploiteren, wijst op een functiewijziging. Het hof is verder van oordeel dat met de wijziging van de voorzieningen bij het pand en de inwendige verbouwing van het pand, ondanks dat het uiterlijk van het pand zou kunnen doen denken aan een woonhuis, naar maatschappelijke opvattingen een nieuw goed is ontstaan. Voor het oordeel dat ook naar spraakgebruik een nieuw goed is ontstaan, vindt het hof steun in de aanprijzing bij verkoop van "een Verder kan uit het feit dat voorheen sprake is van een woon-winkelpand niet worden afgeleid dat verbouwingen voor een andersoortige bedrijfsfunctie nimmer zouden kunnen leiden tot een verandering van functie. Dat er voorheen een tandtechnisch laboratorium was gevestigd in het woon-winkelpand doet daar niet aan af. De wijzigingen in en om het pand zijn naar het oordeel van het hof van dien aard, mede gezien omvang en kosten in relatie tot de aanschafprijs, dat de oorspronkelijke functie heeft opgehouden te bestaan. Voor vereenzelviging van het pand met het oorspronkelijke woon-winkelpand ziet het hof, gelet op de zich voordoende feiten en omstandigheden, uitwendige en inwendige wijzigingen in aanmerking nemende, geen ruimte. Dat omgeving en bouwstijl van het pand de sfeer van een woonhuis zouden kunnen oproepen is niet van zodanig gewicht, dat dit tot een ander oordeel zou nopen.
De uitspraak op rechtspraak.nl