Hof 's-Hertogenbosch 5 maart 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:834
De inspecteur stelt hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, waarin is geoordeeld dat sprake is van in wezen nieuwbouw met betrekking tot de levering van een deel van de oude wollenstoffenfabriek te [plaats]. Het Hof oordeelt dat geen sprake is van in wezen nieuwbouw. De feiten en omstandigheden van het geval gezamenlijk in aanmerking genomen, leiden het Hof tot de conclusie dat in dit geval geen nieuw goed is vervaardigd. Daardoor is de (samenloop)vrijstelling van overdrachtsbelasting niet van toepassing. De uitspraak van de rechtbank wordt dan ook vernietigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 5 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1866
- HR 23 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2137
- HR 21 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA3937
- HR 8 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX6640
- HR 19 november 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM6681
- HR 25 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB3861
- HR 7 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AE9405
- HvJ EU, ECLI:EU:C:1985:195
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2017:869