Conclusie A-G Hofstee 5 oktober 2021, ECLI:NL:PHR:2021:922
Conclusie AG. Bedrieglijke bankbreuk (art. 343 (oud) Sr en art. 344a Sr) en opzettelijk zonder vergunning optreden als betaaldienstverlener, terwijl hiervan een gewoonte is gemaakt (art. 2:3a.1 Wft). Klachten over bewezenverklaring van opzet op bedrieglijke bankbreuk en van 'het een gewoonte maken van het uitoefenen van het bedrijf van betaaldienstverlener'. Daarnaast een klacht inzake veranderde wetgeving en een kwalificatieklacht betreffende het bestanddeel 'met zetel in Nederland'. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 28 september 2021, ECLI:NL:HR:2021:1398
- HR 21 september 2021, ECLI:NL:HR:2021:1261
- HR 29 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:845
- HR 15 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2019
- HR 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1906
- HR 10 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1753
- HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914
- HR 18 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1683
- Conclusie A-G Bleichrodt 28 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1469
- HR 14 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:430
- HR 7 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:166
- HR 29 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2716
- HR 8 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2526
- Conclusie A-G Vellinga 1 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1244
- HR 27 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2187
- HR 7 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1005
- HR 31 mei 2016, ECLI:NL:HR:2016:1015
- HR 27 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:133
- HR 14 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:54
- Conclusie A-G Aben 11 juni 2013, ECLI:NL:PHR:2013:793