Art. 1 Wfbv
Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen (Wfbv)
1. In deze wet wordt onder formeel buitenlandse vennootschap verstaan een naar een ander dan Nederlands recht opgerichte, rechtspersoonlijkheid bezittende kapitaalvennootschap die haar werkzaamheid geheel of nagenoeg geheel in Nederland verricht en voorts geen werkelijke band heeft met de staat waarbinnen het recht geldt waarnaar zij is opgericht. In dit artikel worden de landen van het Koninkrijk der Nederlanden en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba als staat aangemerkt.
2. De volgende artikelen van deze wet gelden met uitzondering van artikel 6 niet voor vennootschappen waarop het recht van een der lidstaten van de Europese Unie of van een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van 2 mei 1992 toepasselijk is.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Hofstee 5 oktober 2021, ECLI:NL:PHR:2021:922
- Hof Den Haag 12 juni 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:1447
- Rb. Overijssel 16 januari 2019, ECLI:NL:RBOVE:2019:566
- Rb. Haarlem 28 april 2004, ECLI:NL:RBHAA:2004:AO8748
- Rb. Amsterdam 4 april 2008, ECLI:NL:RBAMS:2008:BF9105
- Conclusie A-G Bleichrodt 8 juni 2021, ECLI:NL:PHR:2021:568
- Conclusie A-G Assink 15 januari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:44