Rb. Midden-Nederland 24 januari 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:254

Verdachte heeft op 14 oktober 2018 met zijn medeverdachte een ander bruut in elkaar geslagen. Ze hebben niet alleen de openbare orde verstoord, maar ook en vooral een vergaande inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Kortgeleden, in 2018, is verdachte voor een soortgelijk misdrijf veroordeeld tot een taakstraf. Verdachte heeft die taakstraf uitgevoerd. Dit betekent dat het taakstrafverbod van artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is. De eerder opgelegde straffen hebben verdachte er niet van weerhouden zich opnieuw schuldig te maken aan een strafbaar feit. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 weken, waarvan vier weken voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Ook veroordeelt de rechtbank verdachte tot een taakstraf van 100 uur.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen