Rb. Oost-Brabant 3 februari 2020, ECLI:NL:RBOBR:2020:510

De rechtbank veroordeelt verdachte voor poging tot zware mishandeling tot een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen waarvan een deel groot 82 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Met betrekking tot de vordering na voorwaardelijke veroordeling beslist de rechtbank als volgt. Op 1 januari 2020 is de Wet USD in werking getreden. Vanaf de inwerkingtreding van deze wet staat geen hoger beroep meer open tegen een beslissing tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf wegens overtreding van de algemene voorwaarde (geen nieuw strafbaar feit plegen). De rechtbank ziet hierin echter geen beletsel om toewijzend op de vordering tot tenuitvoerlegging te beslissen. De rechtbank adviseert de Minister wel om de tenuitvoerlegging op te schorten tot het vonnis in de hoofdzaak onherroepelijk is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen