Hof Arnhem-Leeuwarden 19 maart 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:2395
Het hoger beroep tegen een beslissing tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel (38 r Sr en 509ff Sv) ingesteld voor 1 januari 2020 en de Wet USB. Artikel 5 EVRM brengt met zich mee dat als de mogelijkheid van hoger beroep is opengesteld en tijdig hoger beroep is ingesteld, maar de mogelijkheid van hoger beroep nadien wordt afgeschaft, er zwaarwegende redenen zijn de beroepsprocedure in beginsel ten volle te voltooien. Tot dat laatste nopen ook de beginselen van rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. Met die beginselen is in strijd dat de ontvankelijkheid van een op zichzelf tijdig ingesteld hoger beroep afhankelijk wordt van de datum waarop het op zitting wordt behandeld. De veroordeelde en het openbaar ministerie hebben immers maar beperkt invloed op de planning van de behandeling. De veroordeelde dient dan ook ontvankelijk te worden geacht in zijn voor 1 januari 2020 ingestelde hoger beroep en deze kamer van dit hof is bevoegd daarvan kennis te nemen, ook al vindt de behandeling plaats na de inwerkingtreding van de Wet USB.
De uitspraak op rechtspraak.nl