Art. 361a Sv, Beraadslaging en uitspraak
Wetboek van Strafvordering (Sv)
Heeft de officier van justitie tevens een vordering ingediend tot het gelasten van gehele of gedeeltelijke tenuitvoerlegging van een met toepassing van artikel 14a van het Wetboek van Strafrecht opgelegde straf, dan beraadslaagt de rechtbank mede over haar bevoegdheid om over de vordering te oordelen, over de ontvankelijkheid van de officier van justitie en over de gegrondheid van de vordering. Het vonnis houdt alsdan, tenzij onbevoegdheid van de rechtbank om over de vordering te oordelen of niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie wordt uitgesproken, ook de beslissing van de rechtbank over de vordering in.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 26 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1430
- HR 3 mei 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC9722
- HR 11 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:232
- HR 6 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:389
- HR 3 maart 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG5977
- Conclusie A-G Bleichrodt 18 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:160
- HR 18 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1687
- HR 9 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2744
- HR 18 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2357
- HR 20 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX1665
- HR 17 mei 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT2748
- HR 25 juni 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZD0495
- Conclusie A-G Keulen 19 november 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1185
- Conclusie A-G Langemeijer 12 december 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2354
- HR 24 oktober 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZD0261
- Rb. Limburg 5 augustus 2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:5758
- Conclusie A-G van Wees 16 januari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:61
- Conclusie A-G Bleichrodt 11 januari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:22
- Conclusie A-G Fokkens 20 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0609
- HR 30 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1123