Conclusie A-G Aben 17 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:153
Antilliaanse uitleveringszaak: toevoeging van een andere raadsman aan de opgeëiste persoon bij ontstentenis van de toegevoegde raadsman. Art. 24.3 Uitleveringswet; art. 14 Uitleveringsbesluit van Aruba, Curaçao en Sint Maarten. De voorzitter van het hof is gehouden een last tot aanwijzing van een raadsman te geven in geval de opgeëiste persoon geen raadsman heeft. Het hof had moeten doen blijken te hebben onderzocht of de bij de mondelinge behandeling van het uitleveringsverzoek verschenen o.p. het verlangen had zich door de reeds toegevoegde raadsman te laten bijstaan of zich van een nieuwe raadsman te voorzien (vgl. HR 11 oktober 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU2694). Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 15/05234 UA.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 4 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2248
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 3 september 2015, ECLI:NL:OGHACMB:2015:74
- HR 29 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP3862
- HR 15 mei 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA0502
- HR 4 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV8326
- HR 15 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU3943
- HR 25 oktober 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU2698
- HR 11 oktober 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU2694
- HR 20 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT9028
- HR 12 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS8860
- HR 7 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1534
- HR 7 november 2003, ECLI:NL:HR:2003:AI0355
- HR 14 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AL3327
- HR 11 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3312
- HR 4 februari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF0451
- HR 13 maart 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0494