HR 13 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1198
Eendaadse samenloop van afpersing en diefstal met (bedreiging met) geweld (art. 317.1 en 312.1 Sr). Afwijzing van ttz. in hoger beroep gedaan verzoek tot horen opsporingsambtenaar t.a.v. door hem verricht DNA vooronderzoek m.b.t. bivakmuts op de grond dat noodzaak daartoe niet is gebleken. Zijn regels uit HR:2021:576 (post-Keskin) van toepassing op verzoeken tot horen van deskundige of opsporingsambtenaar die technisch opsporingsonderzoek heeft verricht? Overwegingen HR m.b.t. rechtspraak EHRM over art. 6.3.d EVRM en deskundigen. O.g.v. art. 6 EVRM heeft verdachte het recht dat hij in de gelegenheid wordt gesteld om geloofwaardigheid en betrouwbaarheid te onderzoeken van door deskundige afgelegde verklaring, waaronder ook kan worden begrepen het door deskundige uitgebrachte schriftelijk verslag dat in dossier is gevoegd, als die verklaring of dat verslag een voor verdachte belastende strekking heeft. Van belang daarbij is echter ook dat ondervraging van ‘expert witness’ in aanwezigheid van verdediging niet enige mogelijkheid betreft om bevindingen en conclusies van het door betreffende deskundige verrichte onderzoek aan (nader) onderzoek t.b.v. verdediging te onderwerpen. HR noemt aantal van die mogelijkheden. Het is afhankelijk van aard en inhoud van bevindingen en conclusies van deskundige alsmede concrete omstandigheden van het geval welke mogelijkheid of mogelijkheden voor onderzoek en betwisting aan de verdediging, met het oog op het waarborgen van eerlijkheid van proces als geheel moet of moeten worden geboden. Gelet op vorenstaande brengt omstandigheid dat deskundige een verklaring heeft afgelegd dan wel dat een schriftelijk verslag van deskundige in dossier is gevoegd, terwijl die verklaring of dat verslag (bezien in samenhang met overige resultaten van opsporingsonderzoek) een voor verdachte belastende strekking heeft, niet met zich dat regels die HR in HR:2021:576 (post-Keskin) heeft geformuleerd over beoordeling van verzoeken tot horen van getuigen die een verklaring met belastende strekking hebben afgelegd, onverkort toepassing vinden. Een verzoek tot oproepen en horen van deskundige moet in de regel door verdediging worden gemotiveerd. Daarbij mag van verdediging worden verlangd dat wordt toegelicht welke onderdelen van het verrichte onderzoek en/of van over dat onderzoek opgestelde of afgelegde verklaring zij wil (doen) toetsen d.m.v. horen van deskundige. Daarbij kan van belang zijn dat verdediging ook toelicht waarom daarvoor het oproepen en horen van deskundige nodig is en niet andere wijze van toetsing in aanmerking komt. Het vorenstaande geldt ook als verzoek wordt gedaan tot oproepen en horen als getuige van opsporingsambtenaar die technisch opsporingsonderzoek heeft verricht, dat wil zeggen opsporingsonderzoek waarvoor een zekere mate van specifieke of bijzondere kennis is vereist. Raadsman heeft verzoek gedaan om verbalisant als getuige op te roepen om hem te horen over door verbalisant verrichte technische opsporingsonderzoek naar aanwezigheid en veiligstellen van humane biologische sporen aan bivakmuts. Afwijzing verzoek getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Ook ’s hofs kennelijke oordeel dat het door art. 6 EVRM gewaarborgde recht op eerlijk proces niet in de weg staat aan gebruik voor bewijs van het door verbalisant opgestelde p-v, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl