HR 18 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1711
Doodslag door in 2010 in Nieuwegein een ander met scherp voorwerp in zijn hartstreek te steken, art. 287 Sr. Afwijzing van ttz. in hoger beroep (voorwaardelijk) gedaan verzoek tot horen van deskundige t.a.v. belastende rapportage m.b.t. moment van oplopen letsel i.v.m. alternatief scenario, op de grond dat noodzaak daartoe niet is gebleken. Post-Keskin en deskundigenbewijs. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2022:1198 m.b.t. toepasselijkheid van post-Keskin kader op beoordeling van verzoeken tot horen van belastende deskundigen. HR verduidelijkt dit arrest mede n.a.v. discussie in literatuur hierover. HR stelt voorop dat verdachte o.g.v. art. 6 EVRM recht heeft om betrouwbaarheid van deskundigenverklaring met belastende strekking te onderzoeken. Er mag geen nadere onderbouwing van belang bij zo’n onderzoek worden verlangd. In HR:2022:1198 genoemde motiveringsplicht voor verdediging ziet niet hierop maar houdt ermee verband dat horen van deskundigen niet enige manier is waarop onderzoek naar betrouwbaarheid van belastende deskundigenverklaringen kan plaatsvinden. In het licht van alternatieve toetsingsmogelijkheden houdt motiveringsplicht verband met 2 factoren die van belang zijn voor beoordeling door rechter van verzoek tot horen van deskundige. Allereerst moet verdediging aanduiden welke onderdelen van belastende deskundigenverklaring zij betwist en/of aan nader onderzoek wil onderwerpen. Daarnaast betreft het toelichting waarom dit onderzoek bij voorkeur in vorm van horen van deskundige zou moeten plaatsvinden, mede gelet op andere manieren van toetsing die (mogelijk) in aanmerking komen. Deze motiveringsplichten strekken niet ertoe dat verdediging belang van onderzoek naar betrouwbaarheid van belastende deskundigenverklaring moet toelichten. Het gaat erom dat rechter in staat wordt gesteld te beoordelen of (gegeven dat belang en in het licht van de bij verdediging gerezen vragen over of bezwaren tegen belastende deskundigenverklaring) horen van deskundige (meest) aangewezen manier is om dat onderzoek te doen plaatsvinden met oog op effectieve toetsing van betrouwbaarheid van die deskundigenverklaring. Daarmee wordt niet alleen waarheidsvinding gediend maar wordt ook gewaarborgd dat wordt voldaan aan vereisten van eerlijk proces a.b.i. art. 6 EVRM. In geval dat onderbouwing niet voldoet aan hiervoor omschreven eisen en rechter ook ambtshalve geen grond aanwezig acht voor horen van deskundige, kan rechter het verzoek met daarop toegesneden motivering afwijzen. Dat doet niet eraan af dat rechter voorafgaand aan einduitspraak moet nagaan of procedure in haar geheel voldoet aan het door art. 6 EVRM gewaarborgde recht op eerlijk proces. Dit betekent dat rechter hetzij ambtshalve alsnog zal overgaan tot bieden van gelegenheid van onderzoek naar betrouwbaarheid van belastende deskundigenverklaring, hetzij bij zijn beslissing over bewezenverklaring onder ogen zal moeten zien of en, zo ja, welke gevolgen moeten worden verbonden aan niet gebruik kunnen maken van mogelijkheid om deskundige te ondervragen. Tot slot is nog van belang dat net als bij verklaring van getuige met belastende strekking (vgl. HR:2021:576), het voorgaande niet met zich brengt dat rechter elk verzoek tot oproepen en horen van deskundigen z.m. moet toewijzen. Verdediging heeft aan verzoek tot horen van deskundige ten grondslag gelegd dat zijn deskundigenrapport een belastende strekking heeft. Ook is verzoek gedaan i.v.m. een naar voren gebracht alternatief scenario over 3 incidenten die de bewuste avond hebben plaatsgevonden. Dat houdt in dat slachtoffer niet door toedoen van verdachte is overleden maar dat hij al fataal hartletsel had opgelopen bij eerder incident (incident 1 of 2), voordat hij confrontatie had met verdachte (incident 3). Hof heeft uit bewijsmiddelen afgeleid dat slachtoffer nog niet gewond was t.t.v. incident met verdachte (incident 3) en heeft geoordeeld dat verdachte het slachtoffer opzettelijk heeft gedood. Hof heeft geoordeeld dat door verdediging aangevoerd scenario niet aannemelijk is geworden. Dat oordeel is niet alleen gebaseerd op belastende deskundigenverklaring over beperkte duur van periode die er moet zijn geweest tussen ontstaan van geconstateerd hartletsel en bewustzijnsverlies. Bij bewijsbeslissing en verwerping van verweer heeft hof i.h.b. betrokken dat uit b.m. volgt dat tijdens eerste 2 incidenten geen sprake is geweest van fysiek contact tussen slachtoffer en een ander en dat dossier daarom geen aanknopingspunten biedt voor mogelijkheid dat slachtoffer (steek)letsel heeft opgelopen bij die incidenten. Dat slachtoffer tijdens incident met verdachte (incident 3) moet zijn gestoken heeft hof verder afgeleid uit vaststellingen over (i) fysiek contact tussen verdachte en slachtoffer waarbij verdachte het slachtoffer een duw heeft gegeven ter hoogte van plek waar steekletsel is geconstateerd en (ii) verklaring van getuige dat verdachte bij dat incident een voorwerp in zijn handen leek te hebben. Verder heeft hof de plaats van en patroon van bloedsporen en manier waarop slachtoffer vrijwel direct na incident bleek werd, niet meer reageerde en vervolgens in elkaar zakte, in aanmerking genomen. Belastende deskundigenverklaring is uitvoering onderwerp geweest van debat, waarbij betrouwbaarheid ervan is beoordeeld in het licht van verklaringen van andere deskundigen en van aanvullend rapport van deskundige dat is opgesteld n.a.v. rapportage door andere deskundige. Hof heeft verzoek tot horen van deskundige afgewezen en heeft verwezen naar overwegingen over betrouwbaarheid van betreffende deskundigenverklaring in het licht van andere forensische rapportages. Hof heeft kennelijk geoordeeld dat procedure, ook zonder gelegenheid te bieden om deskundige te horen, in haar geheel voldoet aan recht op eerlijk proces. Dat oordeel getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Daaruit volgt immers dat gewicht van betreffende deskundigenverklaring in het licht van bewijsvoering als geheel beperkt is, (i) nu o.g.v. overige b.m. kan worden uitgesloten dat slachtoffer bij eerdere incidenten (1 en 2) fataal steekletsel heeft opgelopen en (ii) gelet ook op wat anderszins uit die b.m. volgt over verloop van incident waarbij verdachte betrokken was. Verder is van belang dat betrouwbaarheid van rapport van deskundige uitvoerig is onderzocht, mede aan de hand van verklaringen van andere deskundigen. Van het stellen van prejudiciële vragen aan HvJ EU kan worden afgezien, omdat genoemde vragen mede in het licht van wat hiervoor is overwogen niet relevant zijn voor uitkomst van geschil. Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl