HR 11 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3148

1. Falende bewijsklacht. 2. Ontvankelijkheid b.p. X wegens geleden rechtstreekse schade. 3. Niet-ontvankelijkheid b.p. politie Amsterdam-Amstelland wegens niet gevorderde schade. Ad 1. Uitgaande van ’s Hofs kennelijke uitleg van de tll. en gelet op de door het Hof vastgestelde f&o, is zijn oordeel dat verdachte openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen de in de bewezenverklaring bij naam genoemde personen, door o.m. verfbommen te gooien, niet onbegrijpelijk en is het toereikend gemotiveerd. Ad 2. Het Hof heeft klaarblijkelijk o.g.v. de uit de bewijsmiddelen blijkende gedragingen van verdachte en haar mededaders - welke erop neerkomen dat zij deel uitmaakten van een groep personen in gezichts- en/of lichaamsverhullende kleding die geweld heeft gepleegd door vanuit percelen gelegen aan de Henrick de Keijserstraat en de Rustenburgerstraat verfbommen te gooien naar zich op straat bevindende personen en voorwerpen - geoordeeld dat de door X geleden schade aan zijn auto in zodanig nauw verband staat met het bewezenverklaarde (openlijk) in vereniging geweld plegen, dat die schade door deze geweldpleging rechtstreeks aan hem is toegebracht a.b.i. art. 51a en 361.2.b. (oud) Sv. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin onbegrijpelijk. Ad 3. Bij de aan de HR toegezonden stukken bevindt zich een ‘Voegingsformulier b.p. in het strafproces’ t.n.v. politie Amsterdam-Amstelland. Dit formulier houdt niet in dat de b.p. vergoeding vordert van kosten gemaakt voor het reinigen van ME-kleding en overtrekken van ME-schilden. Het Hof heeft dus ten onrechte beslist dat die schade vergoed moet worden en eveneens ten onrechte ter zake daarvan aan verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken