HR 4 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2241
Toegewezen vordering b.p. (stiefzoon van verdachte) t.z.v. shockschade n.a.v. doodslag op moeder van b.p. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2002:AD5356 m.b.t. vereisten voor vergoeding van shockschade. Het oordeel van het Hof dat de geleden immateriële schade toewijsbaar is, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting. Het oordeel dat het waarnemen van het uitgeoefende dodelijke geweld heeft geleid tot geestelijk letsel in de vorm van een medisch vastgesteld, in de psychiatrie erkend ziektebeeld, is niet onbegrijpelijk en voldoende gemotiveerd. Het Hof is voorbij gegaan aan verdachtes betwisting van de hoogte van de vordering. Het Hof heeft zijn beslissing, mede gelet op hetgeen namens verdachte ter betwisting is aangevoerd en het ontbreken van concrete vaststellingen van het Hof t.a.v. bijv. de duur en de intensiteit van het letsel en de verwachtingen t.a.v. het herstel, niet toereikend gemotiveerd. In zoverre slaagt het middel. Cag: anders t.z.v. de motivering van de vaststelling van de hoogte van de shockschade.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 27 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2201
- Hof Arnhem-Leeuwarden 30 april 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:3289
- Rb. Amsterdam 19 september 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:6120
- Conclusie A-G Harteveld 1 juli 2014, ECLI:NL:PHR:2014:632
- Hof Amsterdam 20 maart 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BV9391
- HR 9 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI8583
- HR 22 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5356