HR 31 mei 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA1610

Ontvankelijkheid van het cassatieberoep. De HR herhaalt HR LJN BN4347, LJN BV3455 en NJ1990/135 m.b.t. de beperking van het cassatieberoep. Daaraan kan worden toegevoegd dat ook meer i.h.a. moet worden vermeden dat de verwijzingsrechter a.g.v. het beperkte cassatieberoep niet meer in staat zou zijn het beslissingsschema van de art. 348 en 350 Sv in acht te nemen of anderszins niet meer naar behoren (opnieuw) recht kan doen op het bestaande h.b. Beperkingen in het cassatieberoep die dat effect kunnen hebben, acht de HR ontoelaatbaar. Een redelijke, aan de behoeften van de praktijk beantwoordende uitleg van art. 429 Sv brengt daarom mede dat (i) in geval van een samengestelde tll. het cassatieberoep kan worden beperkt tot de beslissingen over (cumulatieve, alternatieve en/of primaire) onderdelen van de tll. waarin een zelfstandig strafrechtelijk verwijt is omschreven, en (ii) het cassatieberoep kan worden beperkt tot een der in de art. 348-350 Sv genoemde beslissingen, mits de ingevolge die bepalingen daarop voortbouwende of daarmee onlosmakelijk verbonden beslissingen niet zijn uitgezonderd. Als voorbeeld kan worden genoemd dat bij een veroordeling tot een samenstel van straffen het cassatieberoep niet kan worden beperkt tot de bewezenverklaring of tot een gedeelte van de opgelegde straffen. Opmerking verdient nog dat de “gewoonteregel” dat in zaken met meerdere, cumulatief tlg. feiten het door verdachte zonder enige beperking ingestelde beroep pleegt te worden opgevat als niet te zijn gericht tegen (bijvoorbeeld) de vrijspraak van het cumulatief tenlastegelegde feit, onverkort gehandhaafd blijft zodat dergelijke beperkingen niet behoeven te worden opgenomen in de cassatieakte of de in art. 451a Sv bedoelde verklaring. In voorkomende gevallen zal de HR de in de akte vervatte, een beperking inhoudende verklaring van degene die beroep in cassatie heeft ingesteld (of nadien door middel van een partiële intrekking heeft beperkt), waar mogelijk zo opvatten dat die beperking in overeenstemming is met hetgeen hiervoor is overwogen. Mocht dat niet mogelijk zijn, dan zal worden voorbijgegaan aan beperkingen van het cassatieberoep die in het licht van het vorenoverwogene ontoelaatbaar zijn omdat de HR ervan uitgaat dat de betrokken procespartij zijn cassatieberoep dan zonder die beperkingen wil doorzetten en dat het daarom niet in zijn belang zou zijn dat hij n-o wordt verklaard in dat beroep. Het beroep i.c. kan worden ontvangen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen