HR 4 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:469

Voorbedachte raad. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:963. Het Hof heeft zijn oordeel dat “naar aard en uiterlijke verschijningsvorm sprake moet zijn geweest van kalm beraad” gebaseerd op de overweging dat verdachte, nadat hij het café had verlaten en weer was teruggekeerd, direct op het slachtoffer - die blijkens de bewijsmiddelen nog aan de bar zat - is afgelopen en op hem heeft ingestoken. Het Hof heeft blijkens bewijsmiddel 2 evenwel ook als vaststaand aangenomen dat het latere slachtoffer naar de ingangsdeur van de bar is toegelopen en dat verdachte bij de ingangsdeur buiten stond. De bewijsvoering is daarom - op een punt dat in het licht van de overweging van het Hof over uiterlijke aard en verschijningsvorm niet van ondergeschikte betekenis is - innerlijk tegenstrijdig. Ook overigens is het oordeel dat verdachte met voorbedachte raad heeft gehandeld, niet toereikend gemotiveerd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken