HR 24 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:507

1. HR komt terug op gewoonteregel m.b.t. ambtshalve beperking cassatieberoep. 2. Witwassen, art. 420bis.1.b Sr. Geldbedrag uit misdrijf afkomstig? Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:CA1610 m.b.t omvang van het beroep in cassatie tegen uitspraken in strafzaken. HR oordeelt dat in dit arrest genoemde gewoonteregel, op grond waarvan HR in zaken met meerdere, cumulatief tlgd. feiten door verdachte zonder enige beperking ingesteld beroep in cassatie ambtshalve pleegt te beperken tot - naar de kern bezien - verdachte belastende beslissingen, heroverweging behoeft. Uit achterwege blijven gebruik bevoegdheden tot instelling cassatieberoep tegen gedeelte uitspraak of (gedeeltelijke) intrekking beroep leidt HR voortaan af dat niet beperken beroep berust op weloverwogen keuze en dat hij zich zonder onderzoek dat voormelde gewoonteregel met zich brengt uit te voeren, kan concentreren op beslissingen waartegen cassatieschriftuur zich keert, met dien verstande dat HR die gewoonteregel nog wel toepast in zaken waarin schriftuur is ingediend vóór 1 juli 2018. Dit brengt geen verandering in op art. 427 Sv gebaseerde beoordeling van ontvankelijkheid van zonder beperking ingesteld cassatieberoep in gevallen als in ECLI:NL:HR:2006:AV2354 m.b.t. bijzondere gevallen waarin primair een misdrijf en subsidiair een overtreding is tenlastegelegd en cassatieberoep o.g.v. art. 427.2 Sv n-o wordt verklaard. Ad 2. ’s Hofs oordeel dat vastgestelde f&o vermoeden rechtvaardigen dat geldbedrag van € 13.451,81 dat verdachte voorhanden heeft gehad uit enig misdrijf afkomstig is en dat derhalve van haar mag worden verlangd dat zij concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft voor herkomst geld geeft niet blijk van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. ’s Hofs oordeel dat verdachte zodanige verklaring niet heeft gegeven is zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk, in aanmerking genomen dat namens verdachte onder overlegging van bescheiden is aangevoerd dat zij in periode 2003-2007 geldbedragen van in totaal € 13.451,81 heeft ontvangen t.z.v. uitgekeerde schadevergoedingen en verzekeringsgelden. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing. Samenhang met ECLI:NL:HR:2018:385 (geen middelen ingediend).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken