Art. 8.3.8 Wetboek van Strafvordering
1. De officier van justitie stelt de personen, bedoeld in artikel 8.2.26, eerste lid, in kennis van hun bevoegdheid om binnen twee weken na de kennisgeving overeenkomstig artikel 6.4.1 of 6.4.5 een klaagschrift in te dienen tegen het voornemen om de voorwaarden overeenkomstig artikel 8.3.5, tweede lid, op te heffen bij de rechtbank in het rechtsgebied waarbinnen het onderzoeksteam is gevestigd. Indien het onderzoeksteam niet in Nederland is gevestigd is artikel 8.1.5 van overeenkomstige toepassing.
2. In het geval, bedoeld in artikel 8.2.26, tweede lid, doet de officier van justitie de nodige nasporingen naar de directe belanghebbenden, bedoeld in dat artikel, in Nederland teneinde hen een kennisgeving als bedoeld in het eerste lid te doen toekomen.
3. Artikel 8.2.26, derde tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.