Art. 8.3.3 Wetboek van Strafvordering
1. Communicatie die op grond van artikel 2.8.13 wordt vastgelegd, kan rechtstreeks worden doorgeleid aan het gemeenschappelijk onderzoeksteam.
2. Indien de communicatie betrekking heeft op een gebruiker van communicatie die zich op Nederlands grondgebied bevindt, stelt de officier van justitie aan de doorgeleiding de voorwaarden dat de gegevens verkregen door het vastleggen van de communicatie:
a. voor zover deze mededelingen bevatten, gedaan door of aan een persoon die zich op grond van de artikelen 1.6.7 en 1.6.8 zou kunnen verschonen indien hij als getuige naar de inhoud van die mededelingen zou worden gevraagd, niet mogen worden gebruikt en dienen te worden vernietigd; en
b. alleen mogen worden gebruikt voor het onderzoek van het gemeenschappelijke onderzoeksteam en dat voor het gebruik voor enig ander doel voorafgaand toestemming dient te worden gevraagd en te zijn verkregen.