Art. 7.7.16 Wetboek van Strafvordering
1. De maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen die is verlengd tot de duur van zeven jaar, kan door de rechtbank op vordering van de officier van justitie worden omgezet in de maatregel van terbeschikkingstelling indien de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen dat eist. Artikel 37a, eerste, derde en vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht is van overeenkomstige toepassing.
2. Bij de beslissing tot omzetting betrekt de rechtbank:
a. een recent opgemaakt, gemotiveerd en ondertekend advies van de reclassering en van het hoofd of de directeur van de inrichting;
b. een kopie van de aantekeningen over de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de veroordeelde.
3. De beslissing tot omzetting wordt genomen voordat de maatregel voorwaardelijk wordt beëindigd of tijdens de voorwaardelijke beëindiging. Artikel 7.4.3, zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
4. De beslissing tot omzetting geldt als een last als bedoeld in artikel 37a, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank geeft daarbij het bevel tot verpleging van overheidswege, bedoeld in artikel 37b van het Wetboek van Strafrecht.