Art. 7.7.21 Wetboek van Strafvordering
1. De termijn waarbinnen de taakstraf die bestaat uit het verrichten van arbeid moet worden verricht bedraagt ten hoogste negen maanden indien niet meer dan honderd uur is opgelegd en overigens ten hoogste achttien maanden.
2. De termijn waarbinnen de taakstraf die bestaat uit het volgen van een leerproject plaatsvindt bedraagt ten hoogste negen maanden indien niet meer dan honderd uur is opgelegd en overigens ten hoogste achttien maanden.