Art. 7.5.2 Wetboek van Strafvordering
1. Onze Minister maant de veroordeelde aan tot betaling indien het bedrag van de geldboete of de schadevergoedingsmaatregel en de administratiekosten niet in zijn geheel is voldaan binnen de daarvoor bepaalde termijn. Op de aanmaning is artikel 1.9.1, tweede lid, van toepassing. Bij de aanmaning wordt het bedrag van rechtswege verhoogd met € 20, tenzij de strafrechtelijke beslissing niet onherroepelijk is. Onze Minister wijst de veroordeelde op het bepaalde in het tweede lid.
2. Indien het verhoogde bedrag na verloop van de bij de aanmaning bepaalde termijn niet in zijn geheel is voldaan, wordt het bedrag, dan wel het nog verschuldigde gedeelte, van rechtswege verder verhoogd met een vijfde, en ten minste met € 40.
3. Indien de veroordeelde niet verwijtbaar in verzuim was en Onze Minister alsnog uitstel van betaling verleent of betaling in termijnen toestaat, vinden het eerste en tweede lid geen toepassing zolang de veroordeelde de getroffen regeling van de betaling nakomt.
4. Onze Minister kan het eerste en tweede lid buiten toepassing laten indien dit zou leiden tot een onbillijkheid van zwaarwegende aard.
5. Betalingen door de veroordeelde aan de Staat gedaan met betrekking tot een schadevergoedingsmaatregel worden geacht in de eerste plaats te strekken tot voldoening van de hoofdsom en vervolgens tot voldoening van de ingetreden verhogingen. De verhogingen vervallen aan de Staat.
6. Betalingen door de veroordeelde aan de Staat gedaan met betrekking tot een geldboete worden geacht in de eerste plaats te strekken tot voldoening van de administratiekosten, vervolgens tot voldoening van de ingetreden verhogingen, en ten slotte tot voldoening van de hoofdsom.