Art. 7.4.14 Wetboek van Strafvordering

Wetboek van Strafvordering

1. De terbeschikkinggestelde kan een bezwaarschrift indienen bij de rechtbank tegen het voornemen van Onze Minister tot beëindiging van de terbeschikkingstelling.

2. Het bezwaarschrift is gemotiveerd en wordt ingediend binnen twee weken na de kennisgeving van het voornemen. Bij de toepassing van artikel 5.2.1, tweede lid, wordt onder het openbaar ministerie verstaan Onze Minister.

3. Het onderzoek op de zitting vindt zo spoedig mogelijk plaats. De rechtbank beoordeelt of Onze Minister bij de afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot de voorgenomen beslissing heeft kunnen komen.

4. Bij de toepassing van Boek 1, Titel 2.3, wordt in de artikelen 1.2.15, 1.2.16, 1.2.17, 1.2.18, 1.2.20, 1.2.21 en 1.2.24 onder het openbaar ministerie verstaan Onze Minister.

5. De rechtbank verklaart het bezwaarschrift niet-ontvankelijk of ongegrond dan wel gegrond. De beslissing van de rechtbank wordt aan de terbeschikkinggestelde betekend.

Verwijst naar

Toelichting

Vorige artikelen

Volgende artikelen