Art. 95 Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring
Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring
1. De vreemdeling heeft het recht bij Onze Minister een met redenen omkleed bezwaarschrift in te dienen tegen de beslissing tot plaatsing of overplaatsing als bedoeld in artikel 15.
2. Op de wijze van indiening is artikel 75, tweede, vierde en vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.
3. Onze Minister stelt de betrokkene in de gelegenheid schriftelijk of mondeling diens bezwaarschrift toe te lichten, tenzij hij het aanstonds kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond acht.
4. Onze Minister stelt de indiener van het bezwaarschrift binnen zes weken van zijn met redenen omklede beslissing schriftelijk en zoveel mogelijk in een voor deze begrijpelijke taal op de hoogte. Hierbij wijst hij hem op de mogelijkheid van het instellen van beroep, bedoeld in de artikelen 85 tot en met 87, alsmede de termijnen waarbinnen en de wijze waarop dit gedaan moet worden.
5. Het indienen van een bezwaarschrift blijft achterwege, indien de betrokkene in de gelegenheid is gesteld zijn bezwaren tegen een voorgenomen en hem betreffende beslissing als bedoeld in het eerste lid kenbaar te maken.