Art. 96 Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring
Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring
1. De vreemdeling heeft het recht tegen de beslissing van Onze Minister op het bezwaarschrift voor zover dit betreft een gehele of gedeeltelijke ongegrondverklaring een met redenen omkleed beroepschrift in te dienen bij de beroepskamer tenuitvoerlegging vreemdelingenbewaring. De vreemdeling heeft ook het recht een beroepschrift in te dienen in het geval dat het indienen van een bezwaarschrift op de grond als vermeld in artikel 95, vijfde lid, achterwege is gebleven.
2. De artikelen 85 tot en met 87 zijn van toepassing, met dien verstande dat onder «de directeur» in artikel 85 steeds wordt verstaan «Onze Minister» en met dien verstande dat de beroepskamer tenuitvoerlegging vreemdelingenbewaring kan bepalen dat:
a. de betrokkenen uitsluitend in de gelegenheid worden gesteld het beroepschrift schriftelijk toe te lichten;
b. de mondelinge opmerkingen ten overstaan van een lid van de beroepskamer tenuitvoerlegging vreemdelingenbewaring kunnen worden gemaakt;
c. ingeval bij een ander persoon mondeling inlichtingen worden ingewonnen, de betrokkenen uitsluitend in de gelegenheid worden gesteld schriftelijk de vragen op te geven die zij aan die persoon gesteld wensen te zien.