Art. 93 Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring
Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring
1. De beroepscommissie doet zo spoedig mogelijk uitspraak.
2. De artikelen 81, tweede, vierde en zevende lid, en 77, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
3. De uitspraak strekt tot gegrondverklaring van het beroep indien sprake is van:
a. enig handelen in het kader van of nalaten in strijd met de zorg die de in artikel 89 bedoelde personen in die hoedanigheid behoren te betrachten ten opzichte van de vreemdeling, met betrekking tot wiens gezondheidstoestand zij bijstand verlenen of hun bijstand is ingeroepen;
b. enig ander onder a bedoeld handelen of nalaten in die hoedanigheid in strijd met het belang van een goede uitoefening van de individuele gezondheidszorg.
4. Indien het beroep door de beroepscommissie geheel of gedeeltelijk gegrond wordt geacht bepaalt de beroepscommissie of enige tegemoetkoming aan de vreemdeling geboden is. Zij stelt de tegemoetkoming, die geldelijk van aard kan zijn, vast.