Art. 27 Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring
Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring
1. De directeur draagt zorg dat aan de vreemdeling voeding, noodzakelijke kleding en schoeisel worden verstrekt, dan wel dat hem voldoende geldmiddelen ter beschikking worden gesteld om hierin naar behoren te voorzien.
2. De vreemdeling heeft recht op het dragen van eigen kleding en schoeisel, tenzij die een gevaar kunnen opleveren voor de orde of de veiligheid in de inrichting. Hij kan worden verplicht tijdens sport aangepaste kleding of schoeisel te dragen. In de huisregels kunnen regels worden gesteld omtrent de wijze van gebruik en onderhoud van kleding en schoeisel.
3. De directeur draagt zorg dat bij de verstrekking en bereiding van voeding zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de godsdienst of levensovertuiging van de vreemdeling.
4. De directeur draagt zorg dat de vreemdeling in staat wordt gesteld zijn uiterlijk en lichamelijke hygiëne naar behoren te verzorgen.
5. De vreemdeling heeft recht op zakgeld. In de huisregels worden regels gesteld omtrent de aankoop door vreemdelingen van andere gebruiksartikelen dan die welke door de directeur ter beschikking worden gesteld.
6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de geldmiddelen, bedoeld in het eerste en vijfde lid.