Art. 29 Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring

Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring

1. De vreemdeling heeft het recht om gedurende ten minste vier uur per week op in de huisregels vastgestelde tijden en plaatsen bezoek te ontvangen.

2. Iedere bezoeker dient zich bij binnenkomst op deugdelijke wijze te legitimeren.

3. De directeur is met het oog op het handhaven van de orde en veiligheid in de inrichting bevoegd van bezoek persoonsgegevens te verwerken overeenkomstig artikel 66.

4. De directeur kan de toelating van bezoekers afhankelijk stellen van hun bereidheid zich bij binnenkomst aan hun kleding te laten onderzoeken en door hen meegebrachte voorwerpen te laten controleren op de aanwezigheid van voorwerpen of stoffen die een gevaar kunnen opleveren voor de orde en veiligheid in de inrichting. De directeur kan dergelijke voorwerpen voor de duur van het bezoek in beslag doen nemen.

5. Indien de handhaving van de orde en veiligheid in de inrichting dit noodzakelijk maakt kan de directeur een bezoeker de toegang tot of het voortgezet verblijf in de inrichting weigeren.

6. De directeur kan bepalen dat tijdens het bezoek toezicht wordt uitgeoefend, indien dit noodzakelijk is met het oog op de handhaving van de orde en de veiligheid in de inrichting.

7. Het bezoek van familie van de vreemdeling vindt plaats in omstandigheden waarin de persoonlijke levenssfeer wordt geëerbiedigd, tenzij de directeur dit in strijd acht met de orde en veiligheid in de inrichting.

Verwijst naar

Artikelen die hiernaar verwijzen

Toelichting

Vorige artikelen

Volgende artikelen