Art. 53 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd, Bezette gebieden
Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
Het is de bezettende Mogendheid verboden roerende of onroerende goederen, hetzij individueel hetzij collectief toebehorend aan particulieren, aan de Staat of aan openbare lichamen, aan sociale of coöperatieve organisaties, te vernielen, behoudens in de gevallen waarin militaire operaties een zodanige vernieling volstrekt noodzakelijk maken.
Vorige artikelen
- Artikel 48 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 49 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 50 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 51 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 52 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
Volgende artikelen
- Artikel 54 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 55 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 56 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 57 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 58 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd