Art. 52 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd, Bezette gebieden
Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
Geen contract, overeenkomst of regeling mag inbreuk maken op het recht van iedere vrijwillige of niet-vrijwillige arbeider, waar deze zich ook bevindt, zich te wenden tot de vertegenwoordigers van de beschermende Mogendheid om haar bemiddeling in te roepen.
Iedere maatregel welke ten doel heeft om werkloosheid te veroorzaken of om arbeidsmogelijkheden van arbeiders in een bezet gebied te beperken, ten einde hen te bewegen voor de bezettende Mogendheid te werken, is verboden.
Vorige artikelen
- Artikel 47 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 48 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 49 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 50 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 51 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
Volgende artikelen
- Artikel 53 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 54 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 55 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 56 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 57 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd