Art. 48 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd, Bezette gebieden
Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
Beschermde personen die geen onderdanen zijn van de Mogendheid wier grondgebied bezet is, kunnen gebruik maken van het recht het grondgebied te verlaten onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 35; de beslissingen dienaangaande zullen worden genomen overeenkomstig de door de bezettende Mogendheid met inachtneming van genoemd artikel vast te stellen procedure.
Vorige artikelen
- Artikel 43 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 44 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 45 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 46 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 47 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
Volgende artikelen
- Artikel 49 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 50 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 51 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 52 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 53 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd