Art. 47 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd, Bezette gebieden
Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
Beschermde personen die zich in bezet gebied bevinden, mogen, in geen geval en op geen enkele wijze, worden beroofd van de voordelen van dit Verdrag, noch krachtens enige wijziging welke zich, als gevolg van het feit der bezetting, in de instellingen of in de regering van het bezette gebied heeft voorgedaan, noch door een overeenkomst, gesloten tussen de autoriteiten van het bezette gebied en de bezettende Mogendheid, noch op grond van een annexatie door de bezettende Mogendheid van het geheel of een deel van het bezette gebied.
Vorige artikelen
- Artikel 42 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 43 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 44 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 45 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 46 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
Volgende artikelen
- Artikel 48 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 49 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 50 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 51 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 52 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd