Art. 36 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd, Vreemdelingen op het grondgebied van een Partij bij het conflict
Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
Bij het vertrek, toegestaan krachtens het bepaalde in het voorgaand artikel, moeten de veiligheid, hygiëne, gezondheidszorg en voeding voldoende gewaarborgd zijn. Alle hieraan verbonden kosten worden, van het punt af waarop het grondgebied van de gevangenhoudende Mogendheid wordt verlaten, gedragen door het land van bestemming of, in geval van verblijf in een onzijdig land, door de Mogendheid van welke de betrokken personen onderdanen zijn. De practische uitvoering van deze verplaatsingen kan, zo nodig, bij bijzondere overeenkomsten tussen de betrokken Mogendheden worden vastgesteld.
Het bovenstaande doet geen afbreuk aan de bijzondere overeenkomsten welke tussen Partijen bij het conflict gesloten mochten zijn met betrekking tot de uitwisseling en repatriëring van haar onderdanen die in vijandelijke handen zijn gevallen.
Vorige artikelen
- Artikel 31 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 32 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 33 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 34 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 35 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
Volgende artikelen
- Artikel 37 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 38 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 39 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 40 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 41 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd