Art. 37 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd, Vreemdelingen op het grondgebied van een Partij bij het conflict
Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
Beschermde personen die zich in voorlopige hechtenis bevinden of een vrijheidsstraf ondergaan, moeten gedurende hun gevangenhouding menslievend worden behandeld.
Zodra zij zijn vrijgelaten, kunnen zij, overeenkomstig de voorgaande artikelen, verzoeken het grondgebied te mogen verlaten.
Vorige artikelen
- Artikel 32 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 33 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 34 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 35 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 36 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
Volgende artikelen
- Artikel 38 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 39 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 40 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 41 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 42 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd