Art. 39 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd, Vreemdelingen op het grondgebied van een Partij bij het conflict
Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
Beschermde personen die, ten gevolge van de oorlog, hun broodwinning hebben verloren, zullen in staat worden gesteld betaalde arbeid te verkrijgen en zullen te dien einde, behoudens veiligheidsoverwegingen en de bepalingen van artikel 40, dezelfde voordelen genieten als de onderdanen van de Mogendheid op wier grondgebied zij zich bevinden.
Indien een Partij bij het conflict een beschermd persoon onderwerpt aan controlemaatregelen welke het hem onmogelijk maken in zijn onderhoud te voorzien, in het bijzonder wanneer deze persoon om veiligheidsredenen wordt belet op redelijke voorwaarden betaalde arbeid te vinden, zal bedoelde Partij voorzien in zijn onderhoud en in dat van hen die van hem afhankelijk zijn.
Beschermde personen mogen, in alle gevallen, toelagen ontvangen van hun land van herkomst, van de beschermende Mogendheid of van de in artikel 30 bedoelde verenigingen tot hulpverlening.
Vorige artikelen
- Artikel 34 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 35 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 36 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 37 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 38 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
Volgende artikelen
- Artikel 40 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 41 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 42 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 43 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 44 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd