Art. 41 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd, Vreemdelingen op het grondgebied van een Partij bij het conflict
Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
Indien de Mogendheid in wier macht zich beschermde personen bevinden, de andere in dit Verdrag genoemde controlemaatregelen niet voldoende acht, zijn de strengste controlemaatregelen welke zij mag toepassen, die van het aanwijzen van een gedwongen verblijfplaats of internering, overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 42 en 43.
Bij het toepassen van de bepalingen van artikel 39, tweede lid, op de gevallen waarin personen hun gewone verblijfplaats moeten verlaten krachtens een beslissing waarbij hun een gedwongen verblijfplaats elders wordt aangewezen, zal de gevangenhoudende Mogendheid zich zo nauwkeurig mogelijk houden aan de bepalingen welke betrekking hebben op de behandeling van geïnterneerden (Afdeling IV, Titel III van dit Verdrag).
Vorige artikelen
- Artikel 36 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 37 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 38 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 39 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 40 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
Volgende artikelen
- Artikel 42 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 43 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 44 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 45 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 46 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd