Art. 46 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966, Noordelijke periodieke wintervaarzones en noordelijk periodiek wintervaargebied
Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
1. Periodieke wintervaarzones I en II in de Noordatlantische Oceaan
a. De periodieke wintervaarzone I in de Noordatlantische Oceaan ligt binnen de volgende grenzen: de meridiaan van 50° Westerlengte, van de kust van Groenland tot 45° Noorderbreedte, van daar de parallel van 45° Noorderbreedte tot 15° Westerlengte, van daar de meridiaan van 15° Westerlengte tot 60° Noorderbreedte, van daar de parallel van 60° Noorderbreedte tot de meridiaan van Greenwich, van daar deze meridiaan naar het Noorden. Seizoenen:
Winter: 16 oktober tot en met 15 april
Zomer : 16 april tot en met 15 oktober
b. De periodieke wintervaarzone II in de Noordatlantische Oceaan ligt binnen de volgende grenzen: de meridiaan van 68° 30' Westerlengte van de kust van de Verenigde Staten tot 40° Noorderbreedte, van daar de loxodroom naar een punt op 36° Noorderbreedte en 73° Westerlengte, van daar de parallel van 36° Noorderbreedte tot 25° Westerlengte en van daar de loxodroom naar Kaap Toriñana. Van deze zone zijn uitgezonderd de periodieke wintervaarzone I in de Noordatlantische Oceaan, het periodieke wintervaargebied in de Noordatlantische Oceaan en de Oostzee, begrensd door de parallel van Kaap Skagen in het Skagerrak. De Shetlandeilanden worden beschouwd te liggen op de grens van de periodieke wintervaarzones I en II in de Noordatlantische Oceaan. Seizoenen:
Winter: 1 november tot en met 31 maart
Zomer: 1 april tot en met 31 oktober
2. Periodiek wintervaargebied in de Noordatlantische Oceaan De grens van het periodiek wintervaargebied in de Noordatlantische Oceaan wordt gevormd door de meridiaan van 68° 30' Westerlengte van de kust van de Verenigde Staten tot 40° Noorderbreedte, van daar door de loxodroom naar het meest zuidelijke snijpunt van de meridiaan van 61° Westerlengte met de kust van Canada en van daar door de oostkust van Canada en van de Verenigde Staten. Seizoenen:
Voor schepen van meer dan 100 meter (328 voet) lengte:
Winter: 16 december tot en met 15 februari
Zomer: 16 februari tot en met 15 december
Voor schepen van 100 meter (328 voet) lengte of kleiner:
Winter: 1 november tot en met 31 maart
Zomer: 1 april tot en met 31 oktober
3. Periodieke wintervaarzone in de noordelijke Stille Oceaan De zuidelijke grens van de periodieke wintervaarzone in de noordelijke Stille Oceaan wordt gevormd door de parallel van 50° Noorderbreedte van de oostkust van de USSR tot de westkust van Sachalin, van daar door de westkust van Sachalin tot het zuidelijke uiteinde van Kurilion, van daar door de loxodroom naar Wakkaina, Hokkaido, Japan, van daar door de oostkust en de zuidkust van Hokkaido tot 145° Oosterlengte, van daar door de meridiaan van 145° Oosterlengte tot 35° Noorderbreedte, van daar door de parallel van 35° Noorderbreedte tot 150° Westerlengte en van daar door de loxodroom naar het zuidelijke uiteinde van Dall Island, Alaska. Seizoenen:
Winter: 16 oktober tot en met 15 april
Zomer: 16 april tot en met 15 oktober
Vorige artikelen
- Artikel 41 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 42 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 43 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 44 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 45 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
Volgende artikelen
- Artikel 47 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 48 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 49 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 50 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 51 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966